Taakstrafverbod geldt niet altijd bij ontucht

Geplaatst op: 07 december 2017

Het taakstrafverbod van artikel 22b Sr. bepaalt dat voor zedendelicten doorgaans geen werkstraf mag worden opgelegd. Er bestaat echter een kleine ruimte om hiervan af te wijken. Dit zien we o.a. in de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, 23 november 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:9356.

Lees meer >


Taakstraf alleen uitgesloten bij ernstige inbreuk lichamelijke integriteit

Geplaatst op: 27 april 2017

Mede gelet op de wetsgeschiedenis is o.g.v. art. 22b.1 aanhef en onder a, Sr een taakstraf alleen uitgesloten indien daadwerkelijk een ernstige inbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Of daarvan sprake is hangt af van de omstandigheden van het geval. Op zichzelf neemt het middel terecht tot uitgangspunt dat art. 22b.1 aanhef en onder a, Sr slechts van toepassing is in geval van een daadwerkelijk ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het middel klaagt echter tevergeefs dat het Hof de strafoplegging niet toereikend heeft gemotiveerd. Het middel miskent dat het Hof de strafoplegging niet alleen heeft gebaseerd op zijn oordeel over de gevolgen die het desbetreffende zedendelict heeft gehad voor het slachtoffer, maar dat het Hof aan de strafoplegging mede ten grondslag heeft gelegd dat het opleggen van een taakstraf niet passend is gelet op de ernst van de beide bewezenverklaarde feiten (HR 24 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:66).

Lees meer >


Niet alleen aard misdrijf, maar concrete omstandigheden bepalend voor taakstrafverbod

Geplaatst op: 25 januari 2017

Mede gelet op deze wetsgeschiedenis is op grond van art. 22b, eerste lid aanhef en onder a, Sr een taakstraf alleen uitgesloten indien daadwerkelijk een ernstige inbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Of daarvan sprake is hangt af van de omstandigheden van het geval. Op zichzelf neemt het middel terecht tot uitgangspunt dat art. 22b, eerste lid aanhef en onder a, Sr slechts van toepassing is in geval van een daadwerkelijk ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het middel klaagt echter tevergeefs dat het Hof de strafoplegging niet toereikend heeft gemotiveerd. Het middel miskent dat het Hof de strafoplegging niet alleen heeft gebaseerd op hetgeen het heeft overwogen over de psychische gevolgen die het desbetreffende zedendelict heeft gehad voor het slachtoffer, maar dat het Hof aan de strafoplegging mede ten grondslag heeft gelegd dat het opleggen van een taakstraf niet passend is gelet op de ernst van de beide bewezenverklaarde feiten (HR 24 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:66).

Lees meer >


Omzetting taakstraf naar geldboete

Geplaatst op: 17 december 2016

In uitzonderlijke gevallen komt het voor dat de taakstraf niet meer kan worden verricht. Wanneer de officier van justitie dan tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis vordert, kan de veroordeelde hiertegen binnen 14 dagen een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank. In het bezwaarschrift en ter terechtzitting kan de advocaat namens de veroordeelde pleiten voor een omzetting van de taakstraf naar een geldboete.

Redenen niet kunnen uitvoeren taakstraf

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom de veroordeelde niet in staat is om de taakstraf nog uit te voeren:

  • veroordeelde is mantelverzorger van partner, die ziekte van Lyme heeft (rechtbank Noord-Holland, 22 mei 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:5698)
    de partner heeft elke dag last van misselijkheid en pijn en ziet het leven eigenlijk niet meer zitten. Dat zijn bekende verschijnselen bij mensen met de ziekte van Lyme. Het aantal zelfdodingen onder patiënten met de ziekte van Lyme is onrustbarend hoog. Zij kan niet alleen worden gelaten. Afgelopen zaterdag, toen veroordeelde door 4 agenten naar het politiebureau werd afgevoerd, was er sprake van grote paniek bij zijn echtgenote. Veroordeelde heeft de hele dag op het bureau doorgebracht.
    Veroordeelde voelt zich niet alleen moreel verplicht zijn echtgenote te verzorgen, het is bovendien praktisch onmogelijk hulp in te schakelen van familieleden nu zij hun eigen werk hebben. Ook de eigen gezondheid van veroordeelde laat de laatste tijd te wensen over. Er is sprake van aanzienlijke vermoeidheidsverschijnselen.
    Uitspraak politierechter: 
    De politierechter is met de verdediging en de officier van justitie van oordeel, dat – gelet op het voorgaande – het bezwaarschrift gegrond dient te worden verklaard. Ter zitting is echter aan de orde gekomen dat uitvoering van de werkstraf aanzienlijke problemen voor veroordeelde met zich mee zal brengen. Hoewel artikel 22f Sr lid 3 niet zover lijkt te reiken, zal de politierechter – in aanmerking nemende de argumenten van veroordeelde en zijn raadsman, de leeftijd van veroordeelde, zijn voor het overige blanco strafblad en de ouderdom van het feit – in plaats van het aantal uren taakstraf of dagen voorlopige hechtenis te wijzigen, als meest passende beslissing onder de specifieke omstandigheden van deze zaak de werkstraf omzetten in een geldboete, zodat uitvoering kan worden gegeven aan het vonnis. Om de in het vonnis opgelegde werkstraf zoveel mogelijk te benaderen zal worden uitgegaan van € 25,00 per 1 uur werkstraf.
    Ten overvloede overweegt de politierechter dat ten aanzien van een binnengekomen gratieverzoek van veroordeelde als advies aan Zijne Majesteit de Koning zal worden ingediend de opgelegde werkstraf kwijt te schelden onder de voorwaarde dat veroordeelde aan de Staat een geldbedrag van € 2.000,00 zal voldoen (artikel 13 lid 3 Gratiewet).

Omzetting werkstraf in het jeugdstrafrecht

Geplaatst op: 21 augustus 2016

Een onderzoek naar de toereikendheid van de procedure ex art. 77p Sr. met het oog op de (rechts)positie van de jeugdige en het belang van de maatschappij.

Omzetting werkstraf in het jeugdstrafrecht

Lees meer >


Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden