Dringende noodzakelijkheid

Voor doorzoeking en inbeslagname door de officier van justitie en de hulpofficier van justitie vereisen de artikelen 96c, 97 en 126 Sv. dringende noodzakelijkheid.

Dringend

Van dringend is sprake als de doorzoeking beslist geen uitstel duldt, bijv. wanneer te verwachten is dat het voorwerp na verloop van tijd niet meer op de vermoede bergplaats zal worden aangetroffen (Melai, aant. 5.2 bij art, 96c).

Noodzakelijkheid

Van noodzakelijkheid is sprake wanneer een sterk vermoeden bestaat dat het in beslag te nemen voorwerp onontbeerlijk is voor het leveren van bewijs of dat het nodig zal zijn voor het veiligstellen van de mogelijkheid van de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer dan wel voor de mogelijkheid tot verhaal van een op te leggen ontnemingsmaatregel (Melai. aant 5.2 bij art. 96c).

Voorbeelden dringende noodzakelijkheid

Enkele voorbeelden van dringende noodzakelijkheid zijn:

  • de mogelijkheid dat verdovende middelen zouden worden weggemaakt en dat verder handelen in verdovende middelen diende te worden voorkomen (HR NJ 1994, 281)
  • gevaarzettende situatie bij drugslab in woning waar einde aan gemaakt moet worden (Hof ‘s-Hertogenbosch, 30 december 2008, LJN: BG9718)

 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden