Eigen schuld benadeelde partij

Wanneer de benadeelde partij eigen schuld heeft aan de geleden schade, dan moet de rechter hier rekening houden bij het vaststellen van de hoogte van de schadevergoeding.

Wettelijk kader eigen schuld

Het wettelijk kader voor de eigen schuld van de benadeelde partij is geregeld in art. 6:101 BW en houdt in, voor zover van belang:

“1. Wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, wordt de vergoedingsplicht verminderd door de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft, indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist.

Verweer advocaat

De advocaat bij een beroep op eigen schuld van de benadeelde partij het volgende verweer voeren:

“Verder verzoekt de verdediging uw hof onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 101 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek bij het bepalen van de hoogte van het eventueel toe te wijzen bedrag rekening te houden met de gedraging van de benadeelde partij. De verdediging verzoekt uw rechtbank om hetgeen zij hiervoor over de gedraging van de benadeelde partij als hier herhaald en ingelast te beschouwen.”

De rechter zal in beginsel moeten reageren op een beroep op vermindering van de schadevergoedingsplicht als bedoeld in art. 6:101 BW en gemotiveerd moeten aangeven waarom een dergelijk beroep niet opgaat. Er zijn echter uitzonderingen op die regel. Het beroep op eigen schuld kan bijvoorbeeld ook zijn weerlegging vinden in de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, een bewijsoverweging of de verwerping van een verweer. In cassatie dient te worden beoordeeld of het hof in het licht van het gevoerde verweer waarin een beroep op eigen schuld van het slachtoffer wordt gedaan, voldoende inzicht heeft gegeven in zijn gedachtegang die aan de toewijzing van de vordering ten grondslag ligt.
(vlg conclusie mr. Knigge vóór HR 24 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9133, alsook HR 16 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2105, NJ 2001/379 m.nt. De Hullu)

 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden