Hervatting onderzoek ter terechtzitting

Wanneer een onderzoek ter terechtzitting voor bepaalde of onbepaalde tijd is geschorst, zal deze op een later moment weer moeten worden hervat.

Samenstelling rechtbank

Art. 322 Sv bevat procedurevoorschriften voor het geval de samenstelling van de rechtbank bij de hervatting van het onderzoek op die nadere terechtzitting is gewijzigd.

Instemming

Hoofdregel is dat het onderzoek dan opnieuw wordt aangevangen. Het derde lid maakt evenwel een uitzondering voor het geval de officier van justitie en de verdachte (en/of diens raadsman) instemmen met hervatting in de stand waarin het onderzoek zich op het tijdstip van de schorsing op de vorige terechtzitting bevond. Ingevolge art. 331, tweede lid, Sv geldt dit instemmingsvereiste overigens alleen wanneer de verdachte en/of diens raadsman op de terechtzitting aanwezig is.

Geen instemming; eerdere beslissingen blijven in stand

Het vierde lid van art. 322 Sv bepaalt voorts dat indien het onderzoek ter terechtzitting – bij gebreke van die instemming – opnieuw wordt aangevangen, de op de vorige terechtzitting door de anders samengestelde rechtbank uit hoofde van de art. 287 en art. 288 Sv genomen toewijzende en afwijzende beslissingen ten aanzien van vóór de terechtzitting gedane verzoeken tot het oproepen van getuigen in stand blijven.

Ook toewijzende beslissing horen getuigen blijft in stand
Noch in het vierde lid van art. 322 Sv noch elders is bepaald dat een uit hoofde van art. 315 Sv (ambtshalve of op verzoek) door de rechtbank gegeven toewijzende beslissing inzake een ter terechtzitting gedaan verzoek tot het horen of oproepen van getuigen ter terechtzitting eveneens in stand blijft. Een redelijke wetstoepassing brengt evenwel mee dat art. 322, vierde lid, Sv ook omvat het bevel van de rechtbank tot oproeping van een getuige wiens verhoor door de rechtbank noodzakelijk is geoordeeld. Een dergelijk bevel blijft dus bij het opnieuw aanvangen van het onderzoek in stand. Als de getuige dan niet is verschenen, zal een beslissing uit hoofde van de art. 287 en 288 Sv moeten worden gegeven indien door of namens de verdachte een uitdrukkelijk en gemotiveerd verzoek is gedaan tot de hernieuwde oproeping van de niet verschenen getuige. Maatstaf bij de beslissing op zo een verzoek is het verdedigingsbelang.

Bij eerdere afwijzende beslissing; nieuw verzoek tot horen getuige doen
Ook indien na een op de voet van de art. 328 en 331 Sv in verbinding met art. 315 Sv gegeven afwijzende beslissing op een verzoek tot oproeping van een getuige dat eerst op de terechtzitting is gedaan, het onderzoek ter terechtzitting opnieuw wordt aangevangen, zal een verzoek tot (hernieuwde) oproeping opnieuw moeten worden gedaan als de verdediging het met die afwijzing niet eens is. Ten aanzien van zo een afwijzende beslissing geldt art. 322, vierde lid, Sv immers niet. De maatstaf bij de beoordeling van zo een (hernieuwd) verzoek is of de noodzaak van hetgeen wordt verzocht is gebleken (vlg Hoge Raad, 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496)

Ook in hoger beroep

De procedurevoorschriften van art. 322 Sv voor het geval de samenstelling van het hof bij de hervatting van het onderzoek op die nadere terechtzitting gewijzigd is, gelden ook in hoger beroep. Ingevolge art. 415, eerste lid, Sv zijn deze voorschriften van overeenkomstige toepassing verklaard op het rechtsgeding voor het gerechtshof.

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden