Maatstaf horen getuigen tijdens pro forma zitting en regiezitting

Zowel bij de pro forma zitting en de regiezittingen wordt het onderzoek ter terechtzitting geschorst tot een nadere terechtzitting. De Hoge Raad zet in rov. 2.34 van zijn arrest van 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496 uiteen dat de rechter tijdens een regie- of pro formazitting een verzoek tot het oproepen en horen van getuigen kan afwijzen met als motivering dat hij zich op basis van hetgeen bij gelegenheid van die zitting ter tafel ligt, onvoldoende voorgelicht acht. De Hoge Raad aanvaardt daarmee eigenlijk een buitenwettelijke grond voor afwijzing
van een getuigenverzoek.

Tijdens een regie pro formazitting zal het opsporingsonderzoek vaak nog niet zijn afgerond, zodat het zinvol kan zijn om de resultaten daarvan af te wachten alvorens te bepalen welk aanvullend onderzoek – al dan niet in de vorm van het horen van getuigen – nog dient plaats te vinden. De Hoge Raad verwacht ook hier weer een actieve houding van de verdediging. Na een afwijzing vanwege de zojuist genoemde grond is het aan de verdediging om het verzoek op een nadere terechtzitting te herhalen

In HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2056 wordt overwogen dat de rechter bij de afwijzing van een getuigenverzoek vanwege de stand van het onderzoek ‘tot uitdrukking brengt dat pas bij de inhoudelijke behandeling van de zaak de voor de beoordeling van dat verzoek relevante belangen in hun volle omvang – en met toepassing van de ten tijde van de regiezitting geldende beoordelingsmaatstaf – gewogen kunnen worden’. De hier gecursiveerde woorden lijken duidelijk te willen maken dat een dergelijke afwijzing er niet toe mag leiden dat de verdediging in een ongunstiger situatie terecht komt. De situatie kan zich immers voordoen dat het verzoek tijdens de regie- of pro formazitting moet worden beoordeeld aan de hand van het criterium van het verdedigingsbelang, terwijl bij een herhaling van datzelfde verzoek tijdens een latere terechtzitting de beoordeling zal geschieden op grond van het noodzaakcriterium. Vanwege die consequentie lijkt de Hoge Raad de constructie van afwijzing met behoud van criterium te hebben aanvaard. In rov. 2.34 van het overzichtsarrest wordt deze modaliteit echter niet genoemd.

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden