Verzoek kennisneming aan officier van justitie

Uit artikel 30, eerste lid, Sv volgt dat een verzoek tot kennisneming wordt gericht tot de officier van justitie. Inzageverzoeken dienen dus niet te worden gericht tot de politie. Ook de raadsman van een in verzekering gestelde verdachte die met het oog op de behandeling van een vordering tot inbewaringstelling kennis wil nemen van bepaalde gegevens die nog bij de politie berusten, zal zich moeten wenden tot het openbaar ministerie. De officier van justitie bepaalt, zonodig na overleg met de politie, of de verzochte gegevens door de politie aan de verdediging kunnen worden verstrekt. Aldus wordt ook duidelijk hoe de strafvorderlijke regeling inzake de kennisneming van de processtukken zich verhoudt tot het regime van de Wet politiegegevens: het is de officier van justitie die naar aanleiding van een verzoek tot kennisneming beslist over de verstrekking van relevante gegevens, bijvoorbeeld de in een proces-verbaal neergelegde herkenning van de verdachte door een getuige. Deze gegevens worden op grond van de Wet politiegegevens aan het openbaar ministerie verstrekt omdat het openbaar ministerie de desbetreffende gegevens behoeft voor de uitvoering van zijn strafvorderlijke taken (vgl. artikel 16, eerste lid, onder c, sub 2°, van de Wet politiegegevens).

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden