Bijzondere voorwaarden

Behalve de algemene voorwaarden kunnen er ook bijzondere voorwaarden worden opgelegd. In artikel 14c lid 2 Sr. worden veertien bijzondere voorwaarden genoemd:

Schadevergoeding (artikel 14c lid 2 onder 1 Sr)

De eerste bijzondere voorwaarde is de vergoeding van schade. Over het algemeen kan de verplichting om schadevergoeding te betalen al via de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd, maar daarnaast kan de rechter dus ook deze verplichting opleggen als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf. De rechter bepaalt hierbij de termijn waarbinnen de schadevergoeding betaald moet zijn, welke termijn ook korte mag zijn dat de proeftijd. De rechter mag ook bepalen dat de schadevergoeding in termijnen kan worden betaald.

Herstel van schade (artikel 14c lid 2 onder 2 Sr.)

Een tweede bijzondere voorwaarde is de verplichting om de toegebrachte schade te herstellen. 

Storting waarborgsom (artikel 14c lid 2 onder 3 Sr.)

De derde bijzondere voorwaarde is de storting van een waarborgsom. De waarborgsom mag echter niet meer bedragen dan de maximale geldboete die op het feit is gesteld, minus een eventueel opgelegde geldboete. 

Storting bedrag Schadefonds Geweldsmisdrijven (artikel 14c lid 2 onder 4 Sr.)

De vierde bijzondere voorwaarde is dat de rechter kan bepalen dat de verdachte een bedrag stort in het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Ook hier geldt dat het bedrag niet hoger kan zijn dat de maximaal op te leggen geldboete, minus een eventueel opgelegde geldboete.

Contactverbod (artikel 14c lid 2 onder 5 Sr.)

De vijfde bijzondere voorwaarde is een verbod voor de verdachte om contact op te nemen met bepaalde personen of instellingen (bijv. het slachtoffer). Een contactverbod wordt vaak opgelegd in strafzaken van huiselijk geweld en stalking. Een contactverbod kan evenwel ook civielrechtelijk worden gevorderd. 

Straatverbod (artikel 14c lid 2 onder 6 Sr.)

De zesde bijzondere voorwaarde is een verbod zich op of in de directe omgeving van een bepaalde locatie te bevinden. Een straatverbod wordt vaak opgelegd in strafzaken van huiselijk geweld en stalking. Een straatverbod kan evenwel ook civielrechtelijk worden gevorderd. 

Meldplicht locatie (artikel 14c lid 2 onder 7 Sr.)

Als zevende bijzondere voorwaarde kan de rechter aan de verdachte de verplichting opleggen om bepaalde tijdstippen of gedurende een bepaalde periode op een locatie aanwezig te zijn. Voorbeelden zijn de meldplicht op het politiebureau bij bepaalde evenementen.

Meldplicht instelling (artikel 14c lid 2 onder 8 Sr.)

Als achtste bijzondere voorwaarde kan de rechter aan de verdachte de verplichting opleggen om bepaalde tijdstippen zich te melden bij een instelling, bijv. de Reclassering.

Verbod gebruik drugs of alcohol (artikel 14c lid 2 onder 9 Sr.)

Als negende bijzondere voorwaarde kent de wet de mogelijkheid voor de rechter om een verbod op te leggen om drugs en/of alcohol te gebruiken gedurende de proeftijd. Voor de controle op de naleving van deze voorwaarde moet de veroordeelde meewerken aan urineonderzoek en/of bloedonderzoek.

Opneming in een zorginstelling (artikel 14c lid 2 onder 10 Sr.)

Als tiende bijzondere voorwaarde kan de rechter bepalen dat de verdachte zich laat opnemen in een zorginstelling. Het zal dan gaan om een instelling voor forensische zorg: geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg.

Verplichte behandeling (artikel 14c lid 2 onder 11 Sr.)

Als elfde bijzondere voorwaarde kan de rechter bepalen dat de verdachte zich onder behandeling stelt van een deskundige of een zorginstelling. Het gaan dan om de ambulante behandeling (dus buiten een zorginstelling), maar in aanvulling op de opneming in een zorginstelling kan het ook gaan om klinische behandeling.

Verblijf instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang (artikel 14c lid 2 onder 12 Sr.)

Als twaalfde voorwaarde kan de rechter bepalen dat de verdachte zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Het zal dan met name gaan om verdachten die niet langer in staat zijn om zelfstandig te wonen, zoals (verstandelijk gehandicapten of verslaafden voor wie de opname in een zorginstelling ontoereikend is).

Deelname gedragsinterventie (artikel 14c lid 2 onder 13 Sr.)

Als dertiende bijzondere voorwaarde kan de rechter de verdachte verplichten tot deelname aan cursussen en trainingen voor gedragsinterventie. Er zijn speciale trainingen, zoals sociale vaardigheidstrainingen, budgetteringscursussen, etc. die ertoe moeten leiden dat de veroordeelde zelf in staat is zijn leven op orde te krijgen waardoor de kans op recidive afneemt. 

Andere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende (artikel 14c lid 2 onder 14 Sr.)

Voorts kan de rechter voorwaarden stellen, het gedrag van de veroordeelde betreffende. 

Elektronisch toezicht (artikel 14c lid 3)

Aan iedere bijzondere voorwaarde kan elektronisch toezicht (ET) worden verbonden. ET is in de volksmond beter bekend als het enkelbandje. Met name bij het straatverbod wordt ET vaak toegepast.

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden