Legaliteitsbeginsel bij voor verdachte nadelige wijziging schadevergoedingsmaatregel

Geplaatst op: 12 juni 2016

Door plaatsing in titel IIA van het Wetboek van Strafrecht is de toepassing van art. 36f, eerste lid, Sr gerubriceerd als maatregel. Binnen het strafrechtelijk sanctiestelsel heeft het zijn plaats gevondennaast – en dus niet onder – de hoofdstraffen en de bijkomende straffen als voorzien in art. 9 Sr. De strafrechtelijke schadevergoedings-maatregel, ofschoon niet strekkend tot vergelding van het delict, maar tot het afdwingen van de nakoming van een verplichting tot schadevergoeding die voortvloeit uit onrechtmatige daad, kan niettemin ingrijpend van karakter zijn. De oplegging ervan autoriseert het openbaar ministerie desnoods tot de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis. Dat pleit voor een ruimhartige aanwending van de bescherming die art. 1, eerste lid, Sr in huis heeft. Dit wordt niet anders indien, zoals hier, de wetswijziging uitsluitend betrekking heeft op de situatie waarin de schuldenaar niet is veroordeeld voor het delict (lees: de onrechtmatige daad), maar hem ter zake wel een (vrijheidsbenemende) maatregel is opgelegd (HR 1 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3437).

Lees meer >


Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden