Procedure na wraking rechter

De procedure na wraking van de rechter is geregeld in

Wraking tijdens zitting

Indien tijdens een zitting van een meervoudige kamer wordt verzocht om wraking, dan stelt de voorzitter van deze kamer eerst vast op welke rechter dit verzoek betrekking heeft. Daarna vraagt hij om een opgave van alle feiten of omstandigheden die aanleiding geven tot dit verzoek. Dit alles wordt door de griffier vastgelegd in een proces-verbaal, wat vervolgens getekend wordt door de voorzitter van de meervoudige kamer. Hierna wordt de behandeling ter terechtzitting geschorst en wordt de verzoeker medegedeeld dat het verzoek zo snel mogelijk zal worden behandeld. Zodra er beslist is over dit verzoek, zal de hoofdzaak voortgezet worden.
Bij voorkeur wordt het wrakingsverzoek op dezelfde dag behandeld. Is dit niet mogelijk, dan wordt een nieuwe zittingsdag vastgesteld. De rechter wiens wraking is verzocht, dient zich verder niet te bemoeien met de zaak. De griffier die het proces-verbaal heeft opgesteld, meldt vervolgens het verzoek aan de algemeen secretaris of griffier van de wrakingskamer en geeft hierbij het proces-verbaal af. Vervolgens wordt de wrakingskamer samengesteld en deze vangt zo snel mogelijk aan met het behandelen van het verzoek. Ook hier geldt dat de gewraakte rechter geen contact mag hebben met de leden van de wrakingskamer over de zaak, zonder aanwezigheid van de verzoeker.

Procedure na wraking

Ieder wrakingsverzoek wordt vastgelegd in een apart wrakingsdossier en heeft een eigen registratienummer. Dit dossier wordt opgesteld door de griffier van de wrakingskamer en bevat: 

  • Het wrakingsverzoek 
  • Het proces-verbaal van de zitting 
  • De schriftelijke reactie van de rechter op wie het wrakingsverzoek betrekking heeft.

De griffier draagt er zorg voor dat de leden van de wrakingskamer, het Openbaar Ministerie, de verzoeker en andere partijen in het proces, de beschikking hebben over een exemplaar van het dossier dan wel hier inzage in hebben. Tevens zorgt de griffier ervoor dat de gewraakte rechter een kopie krijgt van het wrakingsverzoek.

Standpunt gewraakte rechter

De wrakingskamer vraagt naar het standpunt van de gewraakte rechter. De gewraakte rechter heeft drie mogelijkheden. hij kan

  • in de wraking berusten
  • aangeven dat hij gehoord wil worden 
  • eventueel schriftelijk reageren op het wrakingsverzoek

Nadat de gewraakte rechter zijn standpunt bekend heeft gemaakt, zal de griffier een zitting bepalen voor de behandeling van het wrakingsverzoek, tenzij de rechter in de wraking berust.

Meervoudige wrakingskamer

In beginsel wordt ieder wrakingsverzoek behandeld door een meervoudige kamer. Ieder gerecht beschikt over een dergelijke kamer. Het bestuur van het gerecht is verantwoordelijk voor het instellen van een vaste wrakingskamer. Deze wrakingskamer wordt bijgestaan door een griffier. Leden van deze kamer zijn zoveel mogelijk afkomstig uit verscheidene sectoren. Een vaste wrakingskamer bestaat uit: 

  • Een algemeen voorzitter en één of meer plaatsvervangers 
  • Uit elke sector één of meer rechterlijke ambtenaren ( met elk een plaatsvervanger) 
  • Een algemeen secretaris 
  • Enkele griffiers ( met plaatsvervangers)

Openbare of besloten zitting wrakingskamer

In het strafrecht is niet voorgeschreven dat de terechtzitting in het openbaar dient te geschieden. Artikel 515 Sv schrijft dit namelijk niet voor. In de praktijk wordt het volgsysteem gehanteerd; een tijdens een openbare terechtzitting ingediend verzoek, wordt ook openbaar behandeld. Was de zitting echter gesloten, dan vindt behandeling van het wrakingsverzoek ook gesloten plaats.

Termijn beslissing wrakingskamer

In artikel 515 Sv. staat beschreven dat de wrakingskamer zo spoedig mogelijk beslist. In het wrakingsprotocol wordt echter de termijn van twee weken aangehouden. Dit is een maximale termijn. Vaak beslist de wrakingskamer eerder.

Hoger beroep NIET mogelijk

Artikel 515 lid 5 Sv bepaalt dat er tegen de beslissing van een wrakingskamer geen rechtsmiddel openstaat. In de conclusie van de P-G mr. Machielse bij HR 14 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7031 wordt uiteengezet waarom het ontbreken van de mogelijkheid van hoger beroep te billijken is. 

 

 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden