Stukken toevoegen aan procesdossier

Met de inwerkingtreding van de Wet Processtukken (Kamerstukken II 2009/10, 32 468, nr. 3) is nu wettelijk de mogelijkheid geregeld om stukken aan het procesdossier te laten toevoegen door:

  • Via de rechter-commissaris
  • Door de advocaat rechtstreeks aan de officier van justitie (art. 34 Sv.)
  • Door de advocaat via de rechtbank
  • Door de benadeelde partij (Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, Stb. 2010, 1).

Het kan hierbij zowel gaan om stukken die in het bezit van de advocaat zijn en die aan het dossier moeten worden toegevoegd, maar het kan ook gaan om stukken waarover het OM beschikt en die nog niet zijn toegevoegd, maar die advocaat aan het dossier toegevoegd wil hebben.

Algemene bevoegdheid toevoegen processtukken procesdossier

De advocaat wordt een algemene bevoegdheid toegekend tot het doen van een verzoek tot voeging van nader door hem aangeduide stukken bij de processtukken (artikel 34 Sv). Deze bevoegdheid staat naast het recht op kennisneming van de (bestaande) processtukken. De officier van justitie toetst ingeval van een dergelijk verzoek het materiaal aan het relevantiecriterium en beslist aan de hand daarvan over het voegen.

Weigeringsgronden

De officier van justitie kan voeging van de stukken ook tegenhouden

  • indien hij dit onverenigbaar acht met een van de in artikel 187d, eerste lid, Sv vermelde belangen (belang van staatsveiligheid wordt geschaad, getuige die ernstige overlast zal ondervinden of in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig zal worden belemmerd, zwaarwegend opsporingsbelang wordt geschaad)
  • stukken niet relevant

> Meer informatie weigeringsgronden toevoegen stukken aan procesdossier

Gemotiveerd verzoek toevoegen stukken procesdossier

Van belang voor de zeggenschap over de samenstelling van de processtukken is de Bendenoun-zaak (EHRM 24 februari 1994, Series A 284, Bendenoun tegen Frankrijk). De verdediging verzocht in deze zaak om voeging van het gehele (fiscale) dossier. Dit verzoek werd afgewezen omdat het beschikbare materiaal door de rechters toereikend werd geacht. Het Hof overwoog dat het ‘does not rule out that in such circumstances the concept of a fair trial may nevertheless entail an obligation on the Revenue to agree to supply the litigant with certain documents from the file on him or even with the file in its entirety. However, it is necessary, at the very least, that the person concerned should have given, even if only briefly, specific reasons for his request.’ Zolang door de verdediging dus maar een korte toelichting wordt gegeven, moet de officier stukken toevoegen aan het dossier.

Het moet steeds gaan om nauwkeurig omschreven stukken, het verzoek dient schriftelijk te worden gedaan en te zijn voorzien van een motivering waaruit de relevantie voor de desbetreffende strafzaak blijkt. Deze motiveringsplicht vervalt niet als onduidelijk is of een stuk bestaat. Dat het om bestaande stukken moet gaan, is eveneens een vereiste; de bevoegdheid ziet niet op stukken die nog in de toekomst zullen verschijnen. Opgemerkt zij voorts dat de motiveringsplicht eveneens betrekking heeft op het verzoek om kennis te mogen nemen van de stukken (vgl. artikel 34, tweede lid, Sv).

Relevantiecriterium

Voor de selectie van de stukken ter voeging in het dossier kan worden aangesloten bij de vaste rechtspraak op dit punt (zie bijvoorbeeld HR 20 juni 2000, NJ 2000, 502 en HR 4 januari 2000, NJ 2000, 537 m.nt. Sch). Dat betekent dat de relevantie voor de desbetreffende strafzaak doorslaggevend is voor de selectie van de stukken. Het gaat daarbij niet alleen om belastende of ontlastende stukken in het kader van het bewijs van het ten laste gelegde feit, maar ook bijvoorbeeld om stukken die van belang kunnen zijn voor de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, de controle op de rechtmatigheid van het opsporingsonderzoek of de straftoemeting (G. J. M. Corstens, ‘het Nederlands strafprocesrecht’ (zesde druk), Kluwer, Deventer 2008, p. 249).
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de rechtmatigheid van de verkrijging van het bewijsmateriaal mag worden verondersteld. Dat uitgangspunt heeft ook te gelden bij de bepaling van de aan het dossier toe te voegen stukken. Zulks laat onverlet dat desgevraagd alsnog toevoeging van de in dit kader relevant gebleken stukken kan plaatsvinden.

Zie ook, art. 149a lid 2 Sv. voor de definitie van processtukken:
“Tot de processtukken behoren alle stukken die voor de ter terechtzitting door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn.”

Ontlastende en belastende bewijzen in procesdossier

Wil de verdediging stukken toegevoegd zien aan het procesdossier, dan mag worden verwacht dat zij een daartoe strekkend verzoek voldoende onderbouwt. In de zaak Edwards bepaalde het Hof dat de vervolgende autoriteiten alle relevante informatie, zowel de belastende als ontlastende, aan de verdediging ter beschikking moeten stellen. Aangegeven werd dat ‘it is a requirement of fairness [..] that the prosecution authorities disclose to the defence all material evidence for or against the accused’ (EHRM 16 december 1992, Series A 247-B, Edwards tegen het Verenigd Koninkrijk). Dit betekent evenwel niet, zo bleek uit latere rechtspraak, dat de verdediging een onbeperkt recht op stukken heeft. Zo oordeelde het Hof bijvoorbeeld in de zaak Jasper dat ‘[..] the entitlement to disclosure of relevant evidence is not an absolute right. In any criminal proceedings there may be competing interests, such as national security, or the need to protect witnesses at risk of reprisals or keep secret police methods of investigation of crime, which must be weighed against the rights of the accused. In some cases it may be necessary to withold certain evidence from the defence so as to preserve the fundamental rights of another individual or to safeguard an important public interest. However, only such measures restricting the rights of the defence which are strictly necessary are permissible under Article 6 § 1. Moreover, in order to ensure that the accused receives a fair trial, any difficulties caused to the defence by a limitation on its rights must be sufficiently counterbalanced by the procedures followed by the judicial authorities’ (EHRM 16 februari 2000, 27054/95, Jasper tegen het Verenigd Koninkrijk).

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden