Toevoegen geluids- en videobanden

Er geldt op grond van artikel 126aa Sv een specifieke wettelijke regeling voor de processen-verbaal en voorwerpen (bijvoorbeeld geluids- of videobanden) waaraan gegevens kunnen worden ontleend die zijn verkregen door de uitoefening van bijzondere opsporingsbevoegdheden.

De officier van justitie moet die processen-verbaal, voor zover zij voor het onderzoek in de zaak van betekenis zijn, als processtuk in het dossier voegen. Voeging dient plaats te vinden zodra het belang van het onderzoek dit toelaat. De gegevens en voorwerpen mogen dus enige tijd afgeschermd blijven. Indien een opsporingsbevoegdheid is toegepast zonder dat dit relevante informatie heeft opgeleverd, wordt in elk geval in de processtukken van het gebruik melding gemaakt (artikel 126aa, vierde lid, Sv).

Verdachte en raadsman kunnen de officier van justitie in dat geval altijd verzoeken bepaalde informatie alsnog in het dossier te voegen. Voor zover het gaat om de stukken, bedoeld in artikel 126aa, eerste lid, Sv, geldt hierbij dat het criterium aan de hand waarvan wordt getoetst ('voor zover voor het onderzoek in de zaak van betekenis') inhoudelijk overeenkomt met het thans voorgestelde, algemene criterium van artikel 149a, tweede lid, Sv.

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden