Verweren advocaat tegen ISD-maatregel

Wanneer door de officier van justitie een ISD-maatregel wordt gevorderd, kan een advocaat namens u de volgende verweren tegen de ISD-maatregel voeren:

  • De ISD-maatregel heeft te gelden als ultimum remedium. Als niet is gebleken dat een ISD-maatregel het enige middel is om de gewenste gedragsverandering teweeg te brengen, is het niet passend en geboden om de maatregel op te leggen (o.a. LJN BQ1158)
  • De verdachte zal toch niet meewerken aan de ISD-maatregel. Hij is niet gemotiveerd om mee te werken aan het programma binnen de ISD, zodat de oplegging van de ISD-maatregel geen effect zal hebben.
  • De verdachte heeft op eigen initiatief geprobeerd om zijn problemen aan te pakken en heeft daarbij buiten het strafrechtelijk kader hulpverlening gezocht. Een zware maatregel als de ISD-maatregel zou niet passend zijn als het een verdachte zelf lukt zijn leven te beteren. Het kan zijn dat dit de rechter overtuigt om de verdachte nog een laatste kans te bieden om een einde te maken aan de recidive. Vaak kan dan volstaan worden met een voorwaardelijke ISD-maatregel als laatste kans.
  • Wanneer in het verleden eerder een ISD-maatregel is opgelegd, kan dat reden zijn om niet nogmaals een ISD-maatregel op te leggen. De vraag is wat de meerwaarde is van nog een ISD-maatregel wanneer de eerdere maatregel niet het beoogde effect heeft gehad. Zeker wanneer het gaat om twee ISD-maatregels kort op elkaar, omdat daaruit kan blijken dat de maatregel niet het geschikte middel is om de recidive van verdachte te doorbreken. Een andere reden voor het niet achter elkaar opleggen van de maatregel kan zijn dat de rechter van mening is dat de veelpleger na het afronden van de eerste keer ISD-maatregel met ʻeen schone leiʼ begint en dus weer opnieuw documentatie opgebouwd moet worden.
  • Een laatste belangrijke reden voor het afwijzen van de ISD-maatregel is het reclasseringsrapport. In lid 4 tot en met 6 van artikel 38m Sr. staat dat de rechter de maatregel alleen kan opleggen als hij een advies heeft ontvangen over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel. Als de verdachte weigert mee te werken aan het onderzoek dat ten behoeve van het advies wordt verricht, moet een rapport opgemaakt worden over de reden van de weigering en de informatie die wel over de veelpleger bekend is. Volgens artikel 38m Sr. kan de rechter in zoʼn geval ook gebruik maken van een ander advies of rapport over de wenselijkheid en noodzakelijkheid van de maatregel, maar in de praktijk blijkt dat de rechter veel waarde hecht aan het reclasseringsrapport. Als dit rapport ontbreekt, verouderd of te summier is, wijst de rechter de vordering tot ISD-maatregel af.

Alleen de meervoudige strafkamer van de rechtbank kan de ISD-maatregel opleggen.

 

Motiveringsplicht

De Hoge Raad heeft op 14 november 2006, LJN AY 8975 bepaald dat de rechter die de ISD-maatregel oplegt zal in de motivering van zijn beslissing ervan blijk dienen te geven zich ervan te hebben vergewist dat aan alle in de bepaling gestelde voorwaarden is voldaan. In deze zaak had het gerechtshof niet overwogen dat de eerdere veroordelingen geheel ten uitvoer waren gelegd. De oplegging van de maatregel was ontoereikend gemotiveerd.

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden