Aanvang verjaringstermijn

De aanvang van de verjaringstermijn is geregeld in artikel 71 Sr.

Algemene regel aanvang verjaringstermijn

De termijn van verjaring vangt aan op de dag na die waarop het feit is gepleegd.

Uitzonderingen aanvang verjaringstermijn

In artikel 71 Sr. worden enkele uitzonderingen genoemd op deze algemene regel voor de aanvang van de verjaringstermijn. Het gaat om feiten die zich in het verborgene kunnen afspelen, waardoor het niet redelijk zou zijn wanneer de verjaringstermijn eerder zou aanvangen (Stb 2012, 572). Het gaat om de volgende delicten:

Diverse milieudelicten (artt. 173 lid 1 Sr. en 173b Sr.)
Voor de milieudelicten van de artikelen 173 lid 1 en 173b Sr. bepaalt art. 71 Sr. dat de verjaringstermijn aanvangt op de dag na die waarop het misdrijf ter kennis is gekomen van een ambtenaar belast met de opsporing van strafbare feiten.

Valsheid
Bij valsheid gaat de verjaringstermijn lopen op de dag waarop gebruik wordt gemaakt van het voorwerp ten opzichte waarvan de valsheid is gepleegd.

Diverse zedendelicten
Voor enkele zedendelicten is bepaald dat, voor zover het feit is gepleegd tegen een minderjarige verdachte, de verjaringstermijn aanvangt op de dag dat het slachtoffer de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt. Het gaat om de volgende zedendelicten:

  • Kinderporno (240b Sr.)
  • Seksueel misbruik (247 t/m 250 Sr.),
  • Mensenhandel (273f Sr.)
  • Dwang (284 Sr.)
  • Genitale verminking (art. 300 - 303 Sr.),

zie bijv. Rb Amsterdam, 18 januari 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV1244 (gedeeltelijke verjaring verdenking seksueel misbruik).

Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid
Bij misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid (artt. 279 - 282 Sr.) gaat de verjaringstermijn lopen op de dag van invrijheidstelling of de dag van de dood van het slachtoffer.

Voortdurend delict
De verjaringstermijn van een voortdurend delict vangt aan op de dag dat het delict niet langer voortduurt. Bij het verbergen van een lijk (art. 151 Sr.) gaat de verjaringstermijn dus lopen op de dag dat het lijk wordt ontdekt.

De verjaringstermijn van een voortdurend omissiedelict gaat pas lopen na het einde van de pleegperiode (HR 23 januari 2007, ECLI:NL;HR:2006:AZ3863). Een omissiedelict is een delict waarbij het erom gaat dat een verdachte iets heeft nagelaten, waar hij gehouden was tot handelen.

Civielrechtelijke verjaring

De civielrechtelijke verjaring wordt gekoppeld aan de strafrechtelijke verjaring. De civiele verjaring treedt niet in zolang het recht tot strafvordering niet door verjaring is vervallen (art. 3:31o lid 4 BW)

zie ook Rb Midden-Nederland, 23 juli 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:3252 (asbest)

 

 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden