Bezwaar tegen afname, verwerking en opslag DNA zinvol?

De kans van slagen wanneer u bezwaar maakt tegen de afname, verwerking en opslag van uw DNA is echt per zaak verschillend. In grote lijnen kunnen wij het volgende advies geven.

Bezwaar tegen afname DNA niet mogelijk

Voor de volledigheid melden wij nog eens dat het niet mogelijk is om bezwaar te maken tegen de afname van uw DNA (wangslijmvlies). U bent dus verplicht om - na een daartoe strekkend bevel van de officier van justitie - DNA af te staan. Pas na de afname van het DNA hebt u de mogelijkheid om binnen 14 dagen een bezwaarschrift in te dienen tegen het bepalen en verwerken van uw DNA-profiel.

Bezwaar vanwege procedurefouten

Wij zien vaak dat er bij het afgegeven van het bevel tot afname van DNA of bij de afname van het DNA zelf fouten worden gemaakt door de officier van justitie en/of de politie. Dit zijn formele procedurefouten waar goed verweer tegen te voeren valt. Enkele veel voorkomende procedurefouten zijn:

  • De agent die het wangslijm heeft afgenomen heeft u niet gewezen op de mogelijkheid om hiertegen bezwaar te maken op de grond dat dit eigenlijk door een arts of een verpleegkundige dient te gebeuren.
  • De agent was niet gecertificeerd om DNA af te nemen
  • De agent was niet aangewezen om DNA af te nemen
  • Het bevel dat door de officier van justitie is afgegeven voldoet niet aan de wettelijke eisen

Of in uw geval ook dergelijke procedure fouten gemaakt zijn, moeten we nagaan op basis van de stukken uit het dossier. Wij zullen deze stukken voor u opvragen in het kader van de bezwaarschriftprocedure.

Bezwaar vanwege aard van het misdrijf

De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden noemt in art. 2 twee uitzonderingsgevallen waarin er niet wordt overgegaan tot het bepalen en verwerken van het DNA-profiel. De  eerste uitzonderingsgevallen is

  • wanneer het DNA vanwege de aard van het misdrijf niet van betekenis zal kunnen zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de veroordeelde. Deze uitzonderingen komen in de regel pas aan de orde in de bezwaar-procedure.

Bij sommige feiten heeft het geen zin om DNA op te slaan in de DNA-databank omdat bij recidive het DNA niet echt kan bijdragen aan de opsporing of berechting. In de jurisprudentie zien we enkele voorbeelden hiervan:

  • Computervredebreuk (Rechtbank Zeeland West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, 19 maart 2013, parketnr 12/95071-12)
  • Oplichting (Rechtbank Alkmaar, 9 juli 2012, parketnr 14/701988-09)
  • Bezit kinderporno (Rechtbank Middelburg, 22 december 2009, NbSr 2010, nr 68)
  • Witwassen (Rechtbank Haarlem, 25 oktober 2012, NbSr 7 februari 2013)
  • Valsheid in geschrifte (Rechtbank Dordrecht, 26 januari 2011, ECLI:NL:RBDOR:2011:BP4466)
  • Bijstandsfraude (Rechtbank Amsterdam, 17 januari 2013, parketnr 13/480199-09)
  • Verduistering van geldbedrag (Rechtbank Rotterdam, 28 november 2012, NbSr, 1 maart 2013 en Rechtbank Zwolle-Lelystad, 25 oktober 2012, ECLI:RBZLY:BY4147)

Bezwaar vanwege bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd

De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden noemt in art. 2 nog een tweede uitzonderingsgeval waarin er niet wordt overgegaan tot het bepalen en verwerken van het DNA-profiel:

  • wanneer het DNA vanwege de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd niet van betekenis zal kunnen zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de veroordeelde.

N.B. deze uitzonderingsgrond wordt vaak in samenhang gelezen en beoordeeld met de vorige uitzonderingsgrond, te weten de aard van het misdrijf.

Enkele voorbeelden van bijzondere omstandigheden zijn:

  • Het gaat om een incident
  • U was nog minderjarig toen het feit plaatsvond
  • U hebt uw leven verder op orde
  • Kans op recidive is erg klein
Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden