HALT-feit

Een HALT-afdoening mag alleen worden aangeboden wanneer het gaat om HALT-feiten. Dit zijn feiten die voor een afdoening via een project in aanmerking komen. Welke feiten als HALT-feiten aangemerkt worden, is onder meer te vinden in Besluit aanwijzing Halt-feiten.

Overzicht Halt-feiten

Artikel 1 van dit besluit geeft een niet-limitatieve opsomming van HALT-feiten:

  • Openlijke geweldpleging (art. 141 Sr.), voor zover het betreft openlijk geweld tegen goederen waarbij per dader de schade niet meer dan € 900 mag bedragen en de totale schade de € 4 500 niet te boven mag gaan;
  • Zonder noodzaak 112 bellen (art. 142 lid 2 Sr.)
  • Eenvoudige diefstal (art. 310 Sr.), diefstal in vereniging (art. 311, eerste lid, onder 4° Sr.), voor zover het betreft een ontvreemd bedrag of waarde van het goed van ten hoogste € 150,
  • Heling (art. 416 / 417bis Sr.), voor zover het betreft een ontvreemd bedrag of waarde van het goed van ten hoogste € 150
  • Verduistering (art. 321 Sr.), voor zover het betreft een ontvreemd bedrag of waarde van het goed van ten hoogste € 150
  • Oplichting (art. 326 Sr.), voor zover het betreft het door middel van listige kunstgrepen iemand bewegen tot afgifte van een goed tegen een lagere prijs dan de vastgestelde verkoopprijs en het betreft een vermogensnadeel van ten hoogste € 150;
  • Vernieling (art. 350 Sr.) waarbij per dader de schade niet meer dan € 900 mag bedragen en de totale schade de € 4 500 niet te boven mag gaan;
  • Baldadigheid (art. 424 Sr.), waarbij per dader de schade niet meer dan € 900 mag bedragen en de totale schade de € 4 500 niet te boven mag gaan;
  • Openbaar dronkenschap (art. 453 Sr.)
  • Betreden verboden plaats (art. 461 Sr.
  • Zwart rijden (artt. 72 en 73 Wet personenvervoer 2000), waarbij per dader de schade niet meer dan € 900 mag bedragen en de totale schade de € 4500 niet te boven mag gaan;
  • de artikelen 1.2.2, 1.2.4 en 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit;
  • gemeentelijke verordeningen, voor zover betrekking hebbend op het in de open lucht aanleggen of stoken van vuur, baldadig of overlastgevend gedrag, gebruik van alcohol of verdovende middelen en, waarbij indien als gevolg daarvan schade ontstaat, de schade per dader niet meer bedraagt dan € 900 en de totale schade de € 4 500 niet te boven gaat;
  • Ongeoorloofd schoolverzuim (artt.  2, derde lid, en 4c van de Leerplichtwet 1969), indien er sprake is van meerdere dagdelen verzuim of meer dan negen keer te laat komen en voor zover er geen sprake is van meer dan een week onafgebroken verzuim of in totaal meer dan tien dagen verzuim per half schooljaar.

Aanvullende criteria:
Voor alle feiten gelden als aanvullende criteria dat

  • het gaat om een feit van eenvoudige aard,
  • waarbij sprake is van overlast veroorzakend gedrag van geringe ernst
  • dat de verdachte het feit heeft bekend, of de verdachte wegens geloof of culturele achtergrond principieel (moet) ontkennen, maar wel uitdrukkelijk verzoekt om een HALT-afdoening.

Uitzonderingen

Wanneer het strafbare feit en de omstandigheden waaronder het is gepleegd geeft Halt-feit als hiervoor genoemd betreft, maar de opsporingsambtenaar van mening is dat desalniettemin een voorstel tot een Halt-afdoening moet worden gedaan, moet hij eerst toestemming krijgen van de officier van justitie voordat hij een voorstel kan doen aan de jeugdige. Ook de visie van het Halt-bureau kan worden ingewonnen, opdat door alle betrokkenen wordt afgewogen of deelname aan een Halt-afdoening aan de orde kan zijn.

De officier van justitie kan de hier bedoelde toestemming verlenen wanneer het gaat om een in artikel 2 van het besluit genoemd

  • een strafbaar feit van geringe ernst is begaan, en dit eenvoudig is vast te stellen
  • de schuld van de verdachte eenvoudig zijn vast te stellen, (volgens de Aanwijzing Halt-Afdoening moet de verdachte hebben bekend)
  • hooguit geringe schade is ontstaan
  • het strafbare feit zich leent voor een pedagogische benadering, en
  • het strafbare feit de kern van het strafbare gedrag van de verdachte uitmaakt.

Op grond van artikel 74 Sr. is een HALT-afdoening niet toegestaan voor misdrijven waarop naar wettelijke omschrijving een maximum gevangenisstraf van 6 jaar of meer is gesteld.

Contra-indicaties HALT-feit

Er worden in de Aanwijzing Halt-afdoening en het Besluit aanwijzing HALT-feiten ook enkele contra-indicaties genoemd voor het aanbieden van een HALT-afdoening. Een HALT-straf wordt niet aangeboden indien:

  • het gaat om misdrijven waarop naar wettelijke omschrijving een maximum gevangenisstraf van 6 jaar of meer is gesteld (art. 74 Sr.)
  • wanneer de verdachte het feit ontkent, tenzij de verdachte wegens geloof of culturele achtergrond principieel (moet) ontkennen, maar wel uitdrukkelijk verzoekt om een HALT-afdoening.
  • wanneer blijkt dat bij een jeugdige sprake is van een zodanige achterliggende problematiek dat deelname aan een Halt-afdoening niet zinvol lijkt, kan de opsporingsambtenaar na overleg met de officier van justitie van een aanbod tot een Halt-afdoening afzien.
  • het niet gaat om een strafbaar feit van geringe ernst
  • de jeugdige eerder een transactie aangeboden heeft gekregen of een strafbeschikking opgelegd heeft gekregen of door de kinderrechter voor een misdrijf veroordeeld zijn is geweest, tenzij het gaat om een eerdere overtreding (vuurwerkdelict of ongeoorloofd schoolverzuim) en de eerdere HALT-straf goed is afgerond, met een maximum van twee keer en tenzij de officier op verzoek van de verdachte hiervoor uitdrukkelijk toestemming geeft
  • de jeugdigen eerder voor een misdrijf een Halt-afdoening heeft verricht, tenzij het gaat om een eerdere overtreding (vuurwerkdelict of ongeoorloofd schoolverzuim) en de eerdere HALT-straf goed is afgerond, met een maximum van twee keer en tenzij de officier op verzoek van de verdachte hiervoor uitdrukkelijk toestemming geeft.
Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden