Onttrekking aan het verkeer

De rechter kan de maatregel 'onttrekking aan het verkeer' opleggen om gevaarlijke voorwerpen aan het maatschappelijk verkeer te onttrekken. Het in beslag genomen voorwerp wordt dan niet aan de verdachte teruggegeven, maar vernietigd. In de meeste gevallen zal de maatregel onttrekking aan het verkeer worden opgelegd bij wapens en drugs.

Wettelijk kader onttrekking aan het verkeer

De maatregel van onttrekking aan het verkeer is wettelijk geregeld in de artikelen 36b, 36c en 36d Sr.

  • Artikel 36b Sr. bepaalt in welke gevallen de maatregel onttrekking aan het verkeer kan worden opgelegd
  • Artikel 36c Sr. bepaalt ten aanzien van welke voorwerpen de maatregel onttrekking aan het verkeer kan worden opgelegd
  • Artikel 36d Sr. voegt daarbij in aanvulling op art. 36c Sr. nog aan toe dat ook de voorwerpen die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd met de wet of het algemeen belang zijn, kunnen worden onttrokken aan het verkeer

> Meer informatie wettelijk kader onttrekking aan het verkeer

Alleen voorwerpen

Alleen ten aanzien van voorwerpen kan de maatregel onttrekking aan het verkeer worden opgelegd. Onttrekking aan het verkeer van zakelijke en persoonlijke rechten is dus niet mogelijk. Ook onroerende zaken, zoals gebouwen, kunnen niet worden onttrokken aan het verkeer. Dit is anders dan bij de verbeurdverklaring van goederen, welke bijkomende straf voor alle goederen kan worden opgelegd.
Ook dieren worden echter beschouwd als een voorwerp dat voor onttrekking aan het verkeer in aanmerking komt (HR 14 februari 1995, NJ 1995, 405).

Inbeslagneming vereist

Voor onttrekking aan het verkeer is vereist dat het voorwerp eerst door de politie in beslag is genomen. In HR 2 maart 1999, NJ 1999, 329 is door de Hoge Raad uitdrukkelijk bepaald dat onttrekking aan het verkeer niet mogelijk is als het voorwerp niet in beslag is genomen.

Gevallen opleggen maatregel onttrekking aan het verkeer

De maatregel onttrekking aan het verkeer kan alleen worden opgelegd wanneer het gaat om voorwerpen die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit in strijd met de wet of het algemeen belang is. De maatregel kan volgens artikel 36b Sr worden opgelegd in de volgende gevallen:

  1. bij voorwerpen die geheel of grotendeels door middel van of uit baten van het strafbare feit zijn verkregen
  2. bij voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan
  3. bij voorwerpen met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid
  4. bij voorwerpen met behulp van welke de opsporing van het feit is belemmerd
  5. bij voorwerpen die tot het begaan van het feit zijn vervaardigd of bestemd
    Daarnaast noemt artikel 36c Sr. nog een zesde geval:
  6. bij voorwerpen die bij de dader of de verdachte zijn aangetroffen, bij gelegenheid van een onderzoek naar een respectievelijk door hem begaan feit of bij een feit waarvan hij verdacht wordt, maar dan alleen wanneer die voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel de belemmering van de opsporing daarvan.

> Meer informatie voorwaarden onttrekking aan het verkeer

Wijzen oplegging maatregel onttrekking aan het verkeer

Op de volgende wijzen kan de maatregel van onttrekking aan het verkeer aan een verdachte opleggen:

  • Bij een veroordeling (art. 36b lid 1 onder 1 Sr.)
  • Bij een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel ex art. 9 Sr. (art. 36 lid 1 onder 2 Sr.)
  • Bij een vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging, mits er wordt vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan (art. 36 lid 1 onder 3 Sr.)
  • Bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing op vordering van de officier (art. 36 lid 1 onder 4 Sr.)
  • Bij een strafbeschikking (art. 36b lid 1 onder 5 Sr.)

De maatregel kan tezamen met andere straffen en maatregelen worden opgelegd.

> Meer informatie oplegging onttrekking aan het verkeer

Gevolgen bij onrechtmatige inbeslagneming

De vaststelling dat een voorwerp onrechtmatig in beslag is genomen, staat een onttrekking aan het verkeer niet in de weg (HR 14 februari 1995, NJ 1995, 405). Indien de onrechtmatigheid van dien aard is dat de rechter het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard of dat dit leidt tot bewijsuitsluiting en vrijspraak, kan kan de rechter nog wel het voorwerp onttrekken aan het verkeer, zolang nog kan worden vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan (art. 36b lid 1 onder 3 Sr.).

Compensatieregeling

Aan de belangen van een derde te goeder trouw of aan de verdachte wordt tegemoet gekomen in artikel 36b lid 2 Sr., waarin weer wordt verwezen naar artikel 33c lid 2 en 3 Sr., welke bepalingen de rechter dwingend voorschrijven dat hij moet voorkomen dat de verdachte onevenredig in zijn vermogen wordt getroffen. Dit zou erin kunnen resulteren dat de rechter bepaald dat de Staat een schadevergoeding moet betalen aan de derde-eigenaar te goeder trouw of aan de verdachte voor het feit dat het goed van waarde niet wordt teruggegeven. Of toepassing wordt gegeven aan deze compensatieregeling is afhankelijk van de aard en de waarde van het voorwerp en het strafbare feit dat voorligt.

Bijv. bij een auto met een vervalst chassisnummer waarop door een derde te goeder trouw veel kostbare onderdelen zijn gemonteerd zou compensatie mogelijk zijn.

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden