Oplichting – advocaat nodig?

Oplichting is strafbaar gesteld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht (Sr.). Bij oplichting gaat het erom dat de ander door een bepaald oplichtingsmiddel wordt bewogen tot een bepaalde gedraging. Vaak zien we dat er gesproken wordt van oplichting, als de ander zijn afspraken niet nakomt, maar in veel gevallen is dat geen oplichting maar hooguit civielrechtelijke wanprestatie. Dat is dan niet strafbaar. Als we kijken naar de jurisprudentie over oplichting, kunnen we concluderen dat oplichting niet snel kan worden bewezen. Hier worden strenge eisen aan gesteld. Een kans op een sepot of vrijspraak is groot. Wordt u verdacht van oplichting neem dan zo spoedig mogelijk contact op met een gespecialiseerde advocaat. 

Oplichting uitgelegd

Het gaat erom dat een van de in deze bepaling genoemde middelen bij de ander de bereidheid moet opwekken om een bepaald goed af te geven, een dienst te verlenen, gegevens ter beschikking te stellen, een schuld aan te gaan of een inschuld teniet te doen. Hierbij moet de uitgelokte steeds zijn bewogen tot deze gedraging. Ook moet bij de verdachte steeds het oogmerk aanwezig zijn om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. 

Oplichting kan geschieden door een aantal middelen;

  • Het aannemen van een valse naam
  • Het aannemen van een valse hoedanigheid
  • Listige kunstgrepen
  • Een samenweefsel van verdichtsels

Verschil oplichting en wanprestatie

Daar waar in de volksmond al gauw over "oplichting” wordt gesproken op een moment dat iemand, na ontvangst van een voorschot, zijn afspraken niet nakomt, ligt dat strafrechtelijk gezien een stuk genuanceerder en ingewikkelder. Gevallen die men geregeld als oplichting betitelt, zijn strikt genomen veeleer te beschouwen als gevallen van civielrechtelijke wanprestatie (als bedoeld in artikel 6:74 e.v. van het Burgerlijk Wetboek), vlg LJN: BJ4706, Gerechtshof Arnhem, 6 augustus 2009.

Dit zien we ook terug bij het niet leveren van online aangeboden goederen (bijv. via louche websites of via Marktplaats). De bescherming van het in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde misdrijf oplichting is blijkens de wetsgeschiedenis beperkt omdat van de deelnemers aan het handelsverkeer wordt gevergd dat zij zorgvuldigheid betrachten bij het aangaan van overeenkomsten en zij de daaraan verbonden risico’s in beginsel dienen te aanvaarden. Niet elke vorm van bewust oneerlijk zaken doen levert het in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde misdrijf "oplichting" op. Dat geldt ook wanneer kan worden bewezen dat men is benadeeld door een persoon die niet van plan was zijn verplichting na te komen en die zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als een bonafide verkoper. Die enkele omstandigheid is immers volgens vaste rechtspraak onvoldoende om 'het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326' op te leveren (zie o.m. HR 15 december 1998, LJN ZD1177).

Advocaat nodig bij oplichting

Wordt u verdacht van oplichting en hebt u een oproeping voor een verhoor bij de politie gekregen of heeft u al een dagvaarding gekregen voor een zitting bij de politierechter of meervoudige strafkamer waarin u beschuldigd wordt van oplichting? Neem dan onmiddellijk contact met ons op. De kans op een vrijspraak of sepot is het grootst wanneer u in een zo vroeg mogelijk stadium van de zaak de juiste verdediging inzet. 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden