Tenlastelegging

Ingevolge artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering dient een dagvaarding de opgave te behelzen van het feit dat aan de verdachte wordt verweten. De wezenlijke functie van de tenlastelegging brengt mee dat (-en de opgave van het feit zal dan ook voldoen aan artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering indien-) deze zo duidelijk is dat de verdachte zich naar behoren tegen het strafrechtelijk verwijt kan verdedigen. Voorts mag en kan de tenlastelegging in combinatie met het dossier worden gelezen.

"De tenlastelegging moet een opgave van het feit behelzen, waarbij het er uiteindelijk op aan komt of het aan de hand van de in de tenlastelegging gebezigde woorden, bezien tegen de achtergrond van het procesdossier, voldoende duidelijk kan zijn welke feitelijke gedragingen het strafbare feit zou moeten uitmaken dat de verdachte wordt verweten."

> Meer informatie eisen en functie tenlastelegging

Beoordelingskader jurisprudentie tenlastelegging

De tenlastelegging strekt er daarbij toe voor de procesdeelnemers - zowel voor het openbaar ministerie en de rechter als voor de verdachte en eventueel de benadeelde partij - de inzet van het geding en de te volgen beslissingsstructuur met de vereiste duidelijkheid vast te leggen (vgl. HR 27 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0095, NJ 1996/126 en ECLI:NL:HR:1995:ZD0096, NJ 1996/127). Met het oog daarop dient ingevolge art. 261 Sv de dagvaarding een opgave te behelzen van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse alsmede de omstandigheden waaronder het zou zijn begaan.

Voorwaarden tenlastelegging

Aan de opgave van het feit in de tenlastelegging worden -kort samengevat- drie voorwaarden gesteld:

  • het geheel moet in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk zijn,
  • in de tweede plaats niet innerlijk tegenstrijdig en
  • in de derde plaats voldoende feitelijk (ECLI:NL:HR:1998:ZD1030).

1. Duidelijk en begrijpelijk

Op grond van artikel 261, lid 1, Sv behelst de inleidende dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn. Het tweede lid voegt daaraan toe dat de inleidende dagvaarding tevens de vermelding behelst van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Bij de uitleg van deze bepaling moet voortdurend in het oog worden gehouden dat de vraag centraal staat of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. De opgave van het feit moet duidelijk en begrijpelijk, niet innerlijk tegenstrijdig en voldoende feitelijk zijn. Bij de verdachte mag er - tegen de achtergrond van het strafdossier en het voorbereidend onderzoek - redelijkerwijs geen twijfel over bestaan welke specifieke gedragingen hem worden verweten.

2. Niet innerlijk tegenstrijdig

Een dagvaarding mag ook niet innerlijk tegenstrijdig zijn.

3. Voldoende feitelijk

De Hoge Raad stelde reeds in zijn arrest van 3 december 1928, NJ 1929, p. 565 als eis dat het ten laste gelegde ‘zoodanig feitelijk moet zijn aangeduid dat de verdachte in staat is, wat hem wordt verweten, te begrijpen, teneinde zich daar op te kunnen verdedigen.

> Meer informatie voldoende feitelijke tenlastelegging

Grondslagverlating tenlastelegging

De tenlastelegging dient als grondslag voor de rechterlijke beslissing. De rechter mag de verdachte niet veroordelen voor iets anders dan ten laste is gelegd. Het is daarom belangrijk dat zorgvuldig wordt gekeken of met een bepaalde veroordeling de grondslag van de tenlastelegging niet wordt verlaten.

> Meer informatie grondslag tenlastelegging

Rechtsvergelijkend onderzoek tenlastelegging

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden