Uitvoering gegeven aan wettelijk voorschrift

De dader die ter uitvoering van een wettelijk voorschrift een strafbaar feit heeft begaan, is niet strafbaar. Deze wettelijke rechtvaardigingsgrond is met name van toepassing bij overheden en hun ambtenaren die bij de uitvoering van hun bij wettelijk voorschrift opgedragen taak, andere, met straf bedreigde wettelijke bepalingen schenden.

Strafuitsluitingsgrond 'wettelijk voorschrift'

De strafuitsluitingsgrond 'wettelijk voorschrift' is in de wet geregeld in artikel 42 Sr.

Artikel 42

Niet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een wettelijk voorschrift.

Toelichting wettelijk voorschrift

In art. 42 Sr wordt de mogelijkheid verondersteld van twee verschillende - in wettelijke regels besloten liggende - rechtsnormen, die in beginsel van gelijke orde zijn en die beide aanspraak maken op nakoming en in zoverre met elkaar wedijveren.(T&C Sr, art. 42, aant. 3) De in het artikel vervatte strafuitsluitingsgrond biedt uitkomst in de gevallen, waarin het wettelijk voorschrift zelf uitdrukkelijk machtigt tot het plegen van anders strafbare feiten. Een bekend voorbeeld is een deurwaarder die ter uitvoering van een rechterlijk vonnis een woning ontruimde en daartoe spullen op straat had geplaatst. Hij kon zich met succes op art. 42 Sr en het deurwaardersreglement beroepen bij zijn vervolging terzake van overtreding van de APV van de gemeente Den Haag, waarin het zonder vergunning op de openbare weg plaatsen van goederen strafbaar was gesteld (Vgl. HR 30 januari 1928, NJ 1928, 215).

Met de woorden 'wettelijk voorschrift' in artikel 42 Sr. wordt gedoeld op wetten gegeven 'door machten aan welke wetgevend vermogen is toegekend (HR 26 juni 1899, W. 7307). Het kan dus ook gaan om gemeentelijke wetten en internationale wetten en verdragen.

Niet is vereist dat het voorschrift een verplichtend karakter heeft. Voldoende is dat het, gelet op de strekking hiervan, een meer dan vrijblijvende bevoegdheid geeft. Naarmate de bevoegdheid in het wettelijk voorschrift vrijer is omschreven, wordt de dader met zijn gedraging geacht 'niet anders te doen dan wat redelijkerwijs nodig is om de bij wettelijk voorschrift aan hem opgedragen taak te vervullen (HR 30 januari 1928, NJ 1928, 215). Het gaat hier om de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Er moet geen redelijk alternatief hebben bestaan, waaronder ook wordt begrepen het aanvragen van een ontheffing.

Rechtvaardigingsgrond

Het wettelijk voorschrift is een rechtvaardigingsgrond. Een strafbaar feit dat is begaan ter uitvoering van een wettelijk voorschrift is naar zijn aard niet wederrechtelijk.

Enkele voorbeelden geen geslaagd beroep wettelijk voorschrift

Om u een beeld te geven wanneer een beroep op een wettelijk voorschrift geen stand zal houden, noemen we enkele voorbeelden die in het verleden voorbij zijn gekomen:

  • Bij een rij-instructrice die geen autogordel omdeed vanwege haar beperkte lichaamslengte en een beroep deed op artikel 13 RVV dat voorschreef dat van een bestuurder wordt verlangd dat die steeds alle handelingen kan verrichten die van hem verlangd worden, werd het beroep op een wettelijk voorschrift verworpen nu zij een ontheffing hiervoor had kunnen aanvragen (HR 19 april 1983, NJ 1983, 572).
  • Een advocaat die zijn derdengeldenrekening ter beschikking stelde aan een failliete client om gelden buiten de failliete boedel te houden, deed tevergeefs een beroep op art. 3 van de Boekhoudverordening (HR 13 september 2005, LJN: AT5936).

 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden