Duur TBS

Artikel 38d en 38e Sr. bevatten de regels voor de duur van de TBS. TBS geldt, in eerste termijn, voor een periode van twee jaren. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen TBS met dwangverpleging en TBS met voorwaarden.

Verlenging duur TBS

De duur van de TBS kan steeds met een of twee jaren worden verlengd (art. 38d lid 2 Sr.). Voorwaarde is wel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat eist.

Aanvang en looptijd TBS

De termijn van de TBS met dwangverpleging loopt niet:

  • zolang de verdachte nog een gevangenisstraf uitzit (art. 38f lid 1 onder a Sr.), maar de rechter kan op grond van art. 37 lid 2 Sr. wel een advies opnemen omtrent het tijdstip waarop de TBS met dwangverpleging zal aanvangen
  • bij ongeoorloofde afwezigheid van langer dan een week uit de inrichting (art. 38f lid 1 onder c Sr.)

Wettelijke beperkingen duur TBS

De wet kent ook een aantal beperkingen voor de duur van de TBS:

Omschrijving wettelijke beperkingWettelijke regelingbeperking duur TBS
Maximale duur TBS met voorwaardenart. 38e lid 2 Sr.9 jaren
Maximale duur voorwaardelijke beëindiging TBS met dwangverplegingart. 38j Sr.onbeperkt
Maximale duur TBS met dwangverpleging zonder dat het misdrijf is gericht tegen
of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer
personen (geweldsdelicten of zedendelicten)
art. 38e lid 1 Sr.4 jaren
 Maximale duur TBS met dwangverpleging bij een misdrijf dat is gericht tegen
of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer
personen
art. 38e lid 3 Sr.onbeperkt

Onbeperkte duur TBS

TBS met dwangverpleging geldt alleen voor onbeperkte duur bij een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Het gaat dan om de geweldsdelicten en zedendelicten.

Uit het arrest van het EHRM van 31 juli 2012 (Van der Velden/Nederland, nr 212203/10, NbSr 2012,288 en de wetsgeschiedenis van artikel 38e Sr. en 359 Sv. kan worden afgeleid dat het vonnis waarbij de TBS wordt opgelegd, moet inhouden dat de veroordeling een dergelijk misdrijf betrof. In het vonnis moet expliciet zijn opgenomen dat het gaat om een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam. Als dit niet is overwogen, dan is er geen titel en is verdere verlenging van de TBS in strijd met nationaal recht.

In de uitspraak van het gerechtshof Arnhem, 1 oktober 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BX8788 lijkt het hof deze koers van het EHRM te volgen. Wanneer in de uitspraak niet is gemotiveerd dat er sprake is van een misdrijf waarvoor niet gemaximeerde TBS kan worden opgelegd, dan moet het ervoor worden gehouden dat de TBS gemaximeerd is. Het hof voegt hieraan echter wel een uitzondering voor de gevallen waarvan niet kan worden gezegd dat de ongemaximeerde duur van de TBS niet voorzienbaar was. Bij een dergelijk evident geval is de rechtzekerheid niet in het geding wanneer de TBS toch voor langere duur wordt verlengd, terwijl in de uitspraak niet expliciet is opgenomen dat het gaat om een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar vormt voor de onaantastbaarheid van het lichaam.

De Hoge Raad bevestigt deze lijn in zijn uitspraak van 12 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8434:

  • Het oordeel van de opleggingsrechter is beslissend voor de vraag of een TBS vatbaar is voor verlenging
  • Of er sprake is van een niet gemaximeerd geweldsmisdrijf kan in de motivering van de uitspraak maar kan ook worden afgeleid uit de overige inhoud van de einduitspraak van de opleggingsrechter
  • Voor het overige zijn de verlengingsvoorwaarden van artikel 38d en 38e Sr verbonden: vordering OM, oplegging wegens geweldsmisdrijf, en gevaarscriterium

De penitentiaire kamer van het Hof Arnhem heeft bepaald dat bij verlengingen van de TBS tevens wordt getoetst aan

  • de beginselen van proportionaliteit en subsidiairiteit

Procedure verlenging duur TBS

De procedure rondom de verlenging van de duur van de TBS is geregeld in de artikelen 509o Sv. t/m 509t Sv.

Termijn indienen vordering (art. 509o Sv.)
Niet eerder dan twee maanden en niet later dan één maand vóór het tijdstip waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zal eindigen, kan het openbaar ministerie een vordering indienen tot verlenging van de terbeschikkingstelling.

En bij te late indiening vordering (art. 509oa Sv.)
1.Een vordering als bedoeld in artikel 509o, eerste lid, die later dan één maand vóór het tijdstip waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zal eindigen, doch binnen een redelijke termijn is ingediend, is niettemin ontvankelijk, indien er bijzondere omstandigheden aanwezig zijn waardoor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, ondanks het belang van de ter beschikking gestelde, verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, dient de officier van justitie, wanneer van het verzuim is gebleken na het tijdstip waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop is geëindigd, naast de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling, onverwijld een vordering tot voorlopige voortzetting van de terbeschikkingstelling in bij de rechter-commissaris. De artikelen 40 en 509k, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing. In afwachting van de beslissing op de vordering tot voorlopige voortzetting van de terbeschikkingstelling wordt de ter beschikking gestelde niet in vrijheid gesteld.
3. De rechter-commissaris beslist binnen drie maal vierentwintig uur na de indiening van de vordering tot voorlopige voortzetting van de terbeschikkingstelling . De ter beschikking gestelde wordt zo mogelijk door de rechter-commissaris gehoord.

Door de officier over te leggen stukken (art. 509o lid 2 Sv.)
Indien de ter beschikking gestelde van overheidswege wordt verpleegd, worden bij die vordering overgelegd: 1°. een recent opgemaakt, met redenen omkleed en ondertekend advies afkomstig van het hoofd van de inrichting; 2°. een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de ter beschikking gestelde.

Onderzoek ter terechtzitting (art. 509s Sv.)
1. De rechtbank bepaalt onverwijld een dag voor het onderzoek van de zaak. Aan de ter beschikking gestelde en de reclasseringsmedewerker wordt daarvan tijdig mededeling gedaan.
2. Het onderzoek heeft plaats met overeenkomstige toepassing van de artikelen 509l en 509m.
3. De rechtbank hoort, alvorens te beslissen, de ter beschikking gestelde.
4. Indien de ter beschikking gestelde niet in staat is voor het onderzoek te verschijnen, zal een van de leden van de rechtbank vergezeld door de griffier hem te zijnen verblijfplaats horen. 5. Indien de ter beschikking gestelde zich ophoudt in een ander arrondissement, kan de rechtbank het verhoor, bedoeld in het vorige lid, overdragen aan de rechtbank in dat arrondissement.

TBS blijft van kracht tot onherroepelijke beslissing
De TBS blijft van kracht zolang niet onherroepelijk is beslissing op een verlengingsvordering (art. 509q Sv.)

Extra eisen bij duur TBS > 6 jaren

Wanneer de totale duur van de TBS een periode van 6 jaar of een veelvoud te boven gaat geldt als extra eis dat voor de verlenging van de TBS een multidisciplinair onderzoek en advies is vereist van gedragsdeskundigen die niet verbonden zijn aan de inrichting (509o lid 4 Sv.).

Eerst voorwaardelijke beëindiging TBS

De wet schrijft tegenwoordig verplicht voor dat de TBS eerst voorwaardelijk beëindigd moet zijn geweest voor minimaal een jaar, voordat de TBS met dwangverpleging definitief kan worden beëindigd (art 509t Sr.)

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden