Overmacht in noodtoestand

Overmacht in noodtoestand is een rechtvaardigingsgrond die de wederrechtelijkheid van de gedraging doet vervallen. Bij overmacht in noodtoestand gaat het om een conflict van plichten: enerzijds de plicht om de wet na te leven en anderzijds de plicht om een hulpbehoevend persoon bijstand te verlenen. 

Beoordeling overmacht in noodtoestand

Bij de beoordeling van een beroep op overmacht in noodtoestand spelen de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een belangrijke rol: stond het belang dat door het handelen van de verdachte wordt beschermd wel in redelijke verhouding tot het belang dat door de wetsovertreding wordt geschaad (proportionaliteit) en stond er niet een minder ingrijpende weg voor de verdachte open om een bepaald belang te beschermen, zonder de wet te overtreden (subsidiariteit).  

Het moet vast komen te staan dat de verdachte onder doorgaans klemmende omstandigheden de keuze voor het begaan van het strafbare feit moet hebben gemaakt waarbij die keuze objectief beschouwd gerechtvaardigd moet zijn geweest. De acuutheid waarmee het dilemma zich aandient, staat hierbij op de voorgrond. De verdachte moet het alternatief dus nog wel hebben kunnen overwegen, maar moet daarbij dan op goede gronden hebben gekozen voor de strafbare gedraging. 

Achtergrond overmacht in noodtoestand

De strafuitsluitingsgrond 'overmacht in noodtoestand' is niet expliciet wettelijk geregeld. Het vloeit voort uit artikel 40 Sr, maar is als zodanig in dit artikel niet opgenomen. De Hoge Raad heet de overmacht in noodtoestand geïntroduceerd in het Opticien-arrest uit 1923. In dat arrest ging het om een opticien die de Verordening op de winkeltijden overtrad omdat hij na sluitingstijd nog een man hielp die zijn bril kwijt was geraakt en daarom met spoed een nieuwe bril nodig had omdat hij anders niet kon zien. Ook zagen we in het verleden  het beroep op overmacht in noodtoestand met name in de jurisprudentie over euthanasie en hulp bij zelfdoding totdat per 1 april 2002 de artikelen 293 lid 2 en 294 lid 2 een eigen strafuitsluitingsgrond kregen.

Gevolg overmacht in noodtoestand

Wanneer een beroep op overmacht in noodtoestand slaagt, dan leidt dat tot ontslag van alle rechtsvervolging (OVAR) voor de verdachte. Het feit kan dan wel bewezen worden, maar de verdachte is niet strafbaar. 

Overige varianten overmacht

In het strafrecht kennen we naast de overmacht in noodtoestand nog twee andere vormen van overmacht:

  1. Absolute overmacht
    Wanneer de verdachte volstrekt geen keuzemogelijkheid had en dus genoodzaakt was om strafbaar te handelen, spreken we van absolute overmacht. Dit is een schulduitsluitingsgrond.
  2. Psychische overmacht
    In een situatie van psychische overmacht heeft de verdachte wel anders kunnen handelen, maar kon dat door bijzondere klemmende omstandigheden redelijkerwijs niet van hem gevergd worden.

 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden