Ter terechtzitting gedaan verzoek tot horen getuigen

Ook tijdens de behandeling ter terechtzitting kan de advocaat een verzoek doen aan de rechter om getuigen te laten oproepen. De advocaat vraagt dan aan de rechter om gebruik te maken van diens bevoegdheid om ambtshalve getuigen op te roepen.

Wettelijk kader verzoek oproepen getuigen op zitting

Art. 315 Sv geeft de rechter die bevoegdheid voor het geval hem de noodzakelijkheid blijkt van het horen van getuigen die op de terechtzitting nog niet zijn gehoord. De verdediging kan op grond van art. 328 Sv gedurende het onderzoek op de terechtzitting de rechter verzoeken gebruik te maken van die bevoegdheid. Ingevolge art. 330 Sv moet op straffe van nietigheid op zo een verzoek worden beslist.

Maatstaf bij verzoek oproepen getuigen op zitting

Maatstaf bij de beoordeling van het verzoek is of de rechter het horen van de getuigen "noodzakelijk" oordeelt. Het gaat dus om het noodzakelijkheidscriterium.

Maatstaf bij niet verschenen getuigen na bevel rechter

Getuigen die na een bevel als bedoeld in art. 315, eerste lid, Sv niet ter terechtzitting zijn verschenen, moeten worden aangemerkt als "niet verschenen getuigen" als genoemd in art. 287, derde lid, Sv en in art. 288, eerste lid, Sv. Dat betekent dat die bepalingen van toepassing zijn indien de oproeping door het openbaar ministerie is verzuimd dan wel indien de getuige aan de bevolen oproeping of hernieuwde oproeping geen gevolg heeft gegeven.

Met het oog op die gevallen is in het derde lid onder a van art. 287 Sv bepaald dat de advocaat ter terechtzitting opnieuw kan verzoeken om de oproeping van die niet verschenen getuigen en dat de rechtbank dan hun oproeping beveelt. Ingevolge art. 330 Sv moet op straffe van nietigheid op zo een verzoek worden beslist.

Voor zo een hernieuwde oproeping is volgens de wet geen verzoek van de advocaat vereist. In aanmerking genomen evenwel dat de rechter ook in zo een geval kan afzien van het horen van de niet-verschenen getuige op de grond dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat daardoor de verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad, ligt het in de rede dat met het oog daarop door of namens de verdachte ter terechtzitting een gemotiveerd verzoek wordt gedaan tot hernieuwde oproeping en dat de rechter uit het achterwege blijven van zo een verzoek afleidt dat de verdediging geen prijs meer stelt op het horen van de niet verschenen getuige.

Afwijzing verzoek door rechter
De rechtbank kan afzien van het geven van een bevel tot (hernieuwde) oproeping, maar uitsluitend op de in art. 288, eerste lid, Sv vermelde gronden, dus onder meer het niet geschaad zijn van het verdedigingsbelang. Dit is echter niet waarschijnlijk, wanneer de rechter eerder het horen van de getuige wel als noodzakelijk heeft geoordeeld.

(Een redelijke wetstoepassing brengt evenwel mee dat art. 322, vierde lid, Sv ook omvat het bevel van de rechtbank tot oproeping van een getuige wiens verhoor door de rechtbank noodzakelijk is geoordeeld. Een dergelijk bevel blijft dus bij het opnieuw aanvangen van het onderzoek in stand. Als de getuige dan niet is verschenen, zal een beslissing uit hoofde van de art. 287 en 288 Sv moeten worden gegeven indien door of namens de verdachte een uitdrukkelijk en gemotiveerd verzoek is gedaan tot de hernieuwde oproeping van de niet verschenen getuige. Maatstaf bij de beslissing op zo een verzoek is het verdedigingsbelang, vlg Hoge Raad, 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496).

Voorts kan de rechtbank ingevolge het derde lid van art. 288 Sv met instemming van de officier van justitie en de advocaat afzien van het geven van zo een bevel tot oproeping van niet verschenen getuigen.

> Meer informatie hervatting onderzoek ter terechtzitting na eerdere schorsing

Maatstaf bij verzoek horen getuigen na schorsing zitting

Ingeval het onderzoek ter terechtzitting is geschorst en het verzoek tot het oproepen van getuigen eerst is gedaan op de terechtzitting na de schorsing, is de maatstaf bij de beoordeling van het verzoek eveneens of de noodzaak van hetgeen wordt verzocht is gebleken. Dat geldt ook voor getuigen die eerder met toepassing van de maatstaf van het verdedigingsbelang zijn afgewezen.

Maatstaf opnieuw horen eerder gehoorde getuigen

Onder "beslissingen van de rechtbank inzake het horen van getuigen" als bedoeld in het vierde lid van art. 322 Sv is begrepen het geval dat een getuige op de eerdere terechtzitting op de voet van art. 287, tweede lid, Sv is gehoord. Hieruit volgt dat het gerecht dat op de nadere terechtzitting het onderzoek opnieuw aanvangt wegens een gewijzigde samenstelling, niet gehouden is enige beslissing te nemen omtrent het opnieuw horen van een reeds op de eerdere terechtzitting gehoorde getuige. Dit laat onverlet dat, wanneer de verdediging zulks in die fase van het geding opportuun acht, op die nadere terechtzitting op de voet van art. 328 in verbinding met art. 315 Sv een verzoek kan worden gedaan ertoe strekkende dat een getuige opnieuw wordt opgeroepen teneinde op de terechtzitting te worden gehoord. Bij de beoordeling van dat verzoek geldt het noodzakelijkheidscriterium.

Maatstaf horen getuigen tijdens pro forma zitting en regiezitting

De maatstaf bij pro forma zittingen en regiezittingen is hetzelfde als bij Zowel bij de pro forma zitting en de regiezittingen wordt het onderzoek ter terechtzitting geschorst tot een nadere terechtzitting. De Hoge Raad zet in rov. 2.34 van zijn arrest van 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496 uiteen dat de rechter tijdens een regie- of pro formazitting een verzoek tot het oproepen en horen van getuigen kan afwijzen met als motivering dat hij zich op basis van hetgeen bij gelegenheid van die zitting ter tafel ligt, onvoldoende voorgelicht acht. De Hoge Raad aanvaardt daarmee eigenlijk een buitenwettelijke grond voor afwijzing
van een getuigenverzoek.

Tijdens een regie pro formazitting zal het opsporingsonderzoek vaak nog niet zijn afgerond, zodat het zinvol kan zijn om de resultaten daarvan af te wachten alvorens te bepalen welk aanvullend onderzoek – al dan niet in de vorm van het horen van getuigen – nog dient plaats te vinden. De Hoge Raad verwacht ook hier weer een actieve houding van de verdediging. Na een afwijzing vanwege de zojuist genoemde grond is het aan de verdediging om het verzoek op een nadere terechtzitting te herhalen.

> Meer informatie maatstaf horen getuigen tijdens pro forma zitting en regiezitting

Verzoek oproepen getuigen in hoger beroep

Ook in hoger beroep kan de advocaat op de voet van de art. 328 en 331, eerste lid, in verbinding met art. 315 Sv op de terechtzitting aan het hof vragen gebruik te maken van diens bevoegdheid om zelf getuigen op te roepen. Ingevolge de schakelbepaling van art. 415 Sv zijn onder meer de art. 287-288, 315, 322 en 328 Sv van overeenkomstige toepassing op het de zitting in hoger beroep bij het gerechtshof. Dat betekent dat hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de in die bepalingen geregelde mogelijkheden om op de terechtzitting in eerste aanleg getuigen te doen horen, ook geldt voor de terechtzitting in hoger beroep.

Maatstaf bij de beoordeling van zo een verzoek is of het hof het horen van de getuigen noodzakelijk oordeelt. Verwezen kan worden naar hetgeen hiervoor onder 2.22-2.24 is overwogen.Terechtzitting na schorsing van het onderzoek

Verdedigingsbelang vs noodzakelijkheidscriterium

Wat betreft de maatstaf bij de beoordeling van verzoeken tot oproeping van getuigen maakt de wet een strikt onderscheid naar gelang het getuigen betreft die op de voet van art. 263-264 Sv vóór de terechtzitting aan de officier van justitie zijn opgegeven en getuigen om wier oproeping eerst op de terechtzitting is verzocht. In het eerste geval is het verdedigingsbelang de maatstaf; in het tweede geval het noodzakelijkheidscriterium.

In HR 19 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1702, NJ 2007/626 waarin het verschil tussen deze criteria is gerelativeerd wat betreft de toepassing in concrete gevallen. In lijn met die relativering moet worden moet worden geoordeeld dat – zoals in het geval dat de verdachte (nog) niet beschikt over alle processtukken als bedoeld in art. 33 Sv – niet altijd van hem zal kunnen worden gevergd dat hij voorafgaand aan de eerste terechtzitting in eerste aanleg op de voet van art. 263-264 Sv getuigen opgeeft aan de officier van justitie.

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden