Verweren voorlopige hechtenis

De advocaat kan in het kader van de vordering tot inbewaringstelling en vordering tot gevangenhouding verweer voeren tegen de voorlopige hechtenis. De advocaat kan - voor zover van toepassing - achtereenvolgens de volgende  verweren tegen de voorlopige hechtenis voeren:

1.Geen geval voorlopige hechtenis

Hoewel dit verweer niet vaak zal voorkomen, moet de advocaat hier wel attent op zijn en steeds weer goed controleren of het gaat om een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan.

> Meer informatie gevallen voorlopige hechtenis

2. Ontbreken ernstige bezwaren

Als eerste verweer kan de advocaat aanvoeren dat de ernstige bezwaren voor de feiten op de vordering ontbreken. Dit betekent dat het dossier te weinig bewijs bevat voor de betrokkenheid van de verdachte bij de verweten feiten. Er worden echter minder hoge eisen gesteld aan het bewijs om te komen tot ernstige bezwaren. Er is slechts iets meer verdenking nodig dan bij een redelijk vermoeden van schuld. Enige ondersteuning van een aangifte in de vorm van bijvoorbeeld een verklaring van een getuige is al voldoende om te komen tot ernstige bezwaren. Pas later, bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak, moet er sprake zijn van voldoende wettig en overtuigend bewijs.

3. Ontbreken gronden voor voorlopige hechtenis

Om voorlopige hechtenis toe te kunnen passen, moeten ook een van de gronden van artikel 67a Sv. aanwezig zijn. Het is daarom belangrijk dat de advocaat ook tegen ieder van de door de officier van justitie aangevoerde gronden verweer voert:

Allereerst moet worden bekeken of er sprake is van een feit waarvoor 12 jaar of meer gevangenisstraf is gesteld. Als dat zo is, betekent dit nog niet dat ook direct aan deze grond is voldaan. Eerst moet ook nog blijken dat de rechtsorde geschokt zou zijn wanneer de verdachte (voorlopig) in vrijheid wordt gesteld. De omstandigheden van het geval zijn hierbij van belang.

  • Recidivegrond

Bij de recidivegrond moet allereerst worden bekeken of er sprake is van justitiële documentatie. Heeft de verdachte eerder soortgelijke feiten gepleegd. Als dat niet het geval is, moet de advocaat verweer voeren tegen de recidivegrond.

  • Onderzoeksgrond

De advocaat moet hierbij aanvoeren dat niet te verwachten is dat de politie nog nader onderzoek moet doen naar het feit en, voor zover dat onderzoek nog wel nodig is, dat de verdachte dat onderzoek niet zou kunnen belemmeren of frustreren.

> Meer informatie gronden voorlopige hechtenis

4. Anticipatiegebod artikel 67a lid 3 Sv.

Het anticipatiegebod van artikel 67a lid 3 Sv. houdt in dat de verdachte niet langer in voorlopige hechtenis mag zitten dan de uiteindelijke gevangenisstraf die aan hem opgelegd zou kunnen worden. Wanneer het gaat om een feit van geringe ernst, waarvoor normaal gesproken (op grond van de LOVS richtlijnen) een werkstraf of geldboete wordt opgelegd, mag er nu geen voorlopige hechtenis worden toegepast.

5. Schorsing van de voorlopige hechtenis

Wanneer voorlopige hechtenis op zich zelf mogelijk is, kan de advocaat nog aan de rechter vragen om de voorlopige hechtenis te schorsen. Met name zwaarwegende persoonlijke omstandigheden aan de zijde van de verdachte kunnen reden zijn voor schorsing van de voorlopige hechtenis:

  • Werk
  • School
  • Zorg thuis voor kinderen
  • Mantelzorg

Aandachtspunten en aanbevelingen LOVS tav voorlopige hechtenis

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden