Wet- en regelgeving bij detentie kinderen

Artikel 490 Wetboek van Strafvordering
Indien de verdachte rechtens zijn vrijheid is ontnomen en niet is geplaatst in een justitiële jeugdinrichting, is ten aanzien van zijn ouders of voogd artikel 50 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 50 lid 1 en 2 Wetboek van Strafvordering
1. De raadsman heeft vrijen toegang tot den verdachte die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, kan hem alleen spreken en met hem brieven wisselen zonder dat van den inhoud door anderen wordt kennis genomen, een en ander onder het vereischte toezicht, met inachtneming van de huishoudelijke reglementen, en zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden.

2.Indien uit bepaalde omstandigheden een ernstig vermoeden voortvloeit dat het vrije verkeer tusschen raadsman en verdachte hetzij zal strekken om den verdachte bekend te maken met eenige omstandigheid waarvan hij in het belang van het onderzoek tijdelijk onkundig moet blijven, hetzij wordt misbruikt voor pogingen om de opsporing der waarheid te belemmeren, kan tijdens het gerechtelijk vooronderzoek de rechter-commissaris, en overigens tijdens het voorbereidende onderzoek de officier van justitie, telkens bevelen dat de raadsman geen toegang tot den verdachte zal hebben of dezen niet alleen zal mogen spreken en dat brieven of andere stukken, tusschen raadsman en verdachte gewisseld, niet zullen worden uitgereikt. Het bevel omschrijft de bepaalde omstandigheden in den voorgaanden zin bedoeld; het beperkt de vrijheid van verkeer tusschen raadsman en verdachte niet meer en wordt voor niet langer gegeven, dan door die omstandigheden wordt gevorderd, en is in elk geval slechts gedurende ten hoogste zes dagen van kracht. Van het bevel geschiedt schriftelijke mededeeling aan den raadsman en aan den verdachte.

Ook voor minderjarigen in justitiële jeugdinrichtingen geldt dat ouders zich vrijelijk met hun ingesloten kind kunnen onderhouden. Uit de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en de Memorie van Toelichting daarbij blijkt dat aan ouders een geprivilegieerde positie is toegekend. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan contact tussen ouder en kind worden beperkt. Zo kan het zijn dat zwaarwegende belangen van het kind zich verzetten tegen het onderhouden van contact met de ouder.

HR 21 april 1995, NJ 1996, 39

De Hoge Raad bepaalde dat een doorzichtige scheidingswand tussen een advocaat en zijn gedetineerde cliënt, die verbleef in een extra beveiligde inrichting (EBI) en eerder ontvlucht was, niet in strijd is met het vrij verkeer, mits de communicatie niet door een intercom of microfoon behoeft plaats te vinden.

Zie voor een vergelijkbare zaak ook: Rechtbank 's-Gravenhage, KG 06-1080, LJN:AY9232

Artikel 3 Verdrag inzake de Rechten van het Kind
1 Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging.

3 De Staten die partij zijn, waarborgen dat de instellingen, diensten en voorzieningen die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor of de bescherming van kinderen voldoen aan de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde normen, met name ten aanzien van de veiligheid, de gezondheid, het aantal personeelsleden en hun geschiktheid, alsmede bevoegd toezicht.

Artikel 37 Verdrag inzake de Rechten van het Kind
De Staten die partij zijn, waarborgen dat:

a. geen enkel kind wordt onderworpen aan foltering of aan een andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Doodstraf noch levenslange gevangenisstraf zonder de mogelijkheid van vrijlating wordt opgelegd voor strafbare feiten gepleegd door personen jonger dan achttien jaar;

b. geen enkel kind op onwettige of willekeurige wijze van zijn of haar vrijheid wordt beroofd. De aanhouding, inhechtenisneming of gevangenneming van een kind geschiedt overeenkomstig de wet en wordt slechts gehanteerd als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke passende duur;

c. ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd, wordt behandeld met menselijkheid en met eerbied voor de waardigheid inherent aan de menselijke persoon, en zodanig dat rekening wordt gehouden met de behoeften van een persoon van zijn of haar leeftijd. Met name wordt ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd, gescheiden van volwassenen tenzij het in het belang van het kind wordt geacht dit niet te doen, en heeft ieder kind het recht contact met zijn of haar familie te onderhouden door middel van correspondentie en bezoeken, behalve in uitzonderlijke omstandigheden;

d. ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd het recht heeft onverwijld te beschikken over juridische en andere passende bijstand, alsmede het recht de wettigheid van zijn vrijheidsberoving te betwisten ten overstaan van een rechter of een andere bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige autoriteit, en op een onverwijlde beslissing ten aanzien van dat beroep.

Raad van Europa, Recommendation REC (2003) 20, 24 september 2003, concerning new ways of dealing with juvenile delinquency:
15. Where juveniles are detained in police custody, account should be taken of their status as a minor, their age and their vulnerability and level of maturity. They should be promptly informed of their rights and safeguards in a manner that ensures their full understanding. While being questioned by the police they should, in principle, be accompanied by their parent/legal guardian or other appropriate adult. They should also have the right of access to a lawyer and a doctor. They should not be detained in police custody for longer than forty-eight hours in total and for younger offenders every effort should be made to reduce this time further. The detention of juveniles in police custody should be supervised by the competent authorities.

Guidelines of the Committee of Ministers of the Council of Europe on child-friendly justice:
A.19. Any form of deprivation of liberty of children should be a measure of last resort and be for the shortest appropriate period of time.

A.21: Given the vulnerability of children deprived of liberty (…) children should have the right to:
a. maintain regular and meaningfull contact with parents, family and friends.

C.27 Police should respect the personal rights and dignity of all children and have regard to their vulnerability, that is, take account of their age and maturity and any special needs of those who may be under a physical or mental disability or have communication difficulties.

D.54: in all proceedings children should be treated with respect fort heur age, their special needs, their maturity and level of understanding.

Explanatory memorandum Guidelines:

C.86: The police should also apply the guidelines on childfriendly justice. This applies to all situations where children might come in contact with the police and it is, as stipulated in Guideline 27, of particular importance when dealing with vulnerable children.

Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners
Adopted by the First United Nations Congress in the Prevention of Crime and the Treatment of Offenders, Geneva 1955.

Rule 92: Visits only subject to restrictions and supervision as are necessary in the interests of the administration of justice and the security and good orde of the institution

United Nations Rules for the Protection of Juvenile Deprived of their Liberty: “Havana Rules”, 14 December 1990

17. (…) Detention before trial shall avoided to the extent possible and limited to exceptional circumstances.

United Nations Standard Minimum Rules for the Administration of Juvenile Justice “Beijing Rules”; 29 November 1985

10.3 Contacts between law enforcement agencies and a juvenile offender sjall be managed in such a way as to (…) promote the well-being of the juvenile.

Commentary: compassion and kind firmness are important in situations of initial contact with law enforcement.

General Comment no. 5 (2003) on the Convention of the Rights of the Child

12: (…) Every legislative, administrative and judicial body or institution is required to apply the best interest principle by systematically considering how children's rights and interests are or will be affected by a decision and action.

General Comment no. 10 (2007) on the Convention of the Rights of the Child

10. In all decisions taken within the context of the administration of juvenile justice the best interest of the child should be a primary consideration. Children differ from adults in their physical and psychological development and their emotional and educational needs. These and other differences (…) require a different treatment for children.

 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden