Behandeling met gesloten deuren

In het strafrecht geldt als uitgangspunt dat de behandeling ter terechtzitting in het openbaar is (art. 269 Sv.). Alleen in sommige, in de wet genoemde gevallen, wordt hierop een uitzondering gemaakt en vindt de behandeling plaats met gesloten deuren.

Jeugdstrafzaak

Gaat het om een jeugdstrafzaak, dan geldt als uitgangspunt de behandeling met gesloten deuren. Dit wordt gedaan omdat minderjarigen vaak kwetsbaar zijn. Dit volgt uit het voorschrift van art. 495, eerste lid, Sv, ingevolge hetwelk als uitgangspunt geldt dat de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren wordt behandeld indien de verdachte ten tijde van het begaan van het tenlastegelegde feit de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is gegeven ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige. Het vormt dus een in het belang van de jeugdige geschapen uitzondering op de ook in art. 6, eerste lid, EVRM vervatte hoofdregel dat de behandeling van een strafzaak in het openbaar geschiedt.

In de praktijk zien we dat bij minderjarigen, die verdacht worden van een ernstig feit, waarbij de rechtsorde ernstig is geschokt (en waarvoor veel media-aandacht is) de rechter steeds vaker bepaalt dat de behandeling van de zitting in het openbaar plaatsvindt, maar dit is een kwalijke ontwikkeling. Het is aan de advocaat van de minderjarige verdachte om hier fel verweer tegen te voeren.

> Meer informatie gesloten deuren bij jeugdstrafzaak

Bepaalde soort zittingen

Voor bepaalde soort zittingen is in de wet opgenomen dat deze met gesloten deuren plaatsvinden:

  • Uitlevering (art 25 lid 1 UW; zie ook HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN8515)
  • raadkamer (art. 22 Sv.), tenzij elders anders voorgeschreven
  • voorgeleiding rechter-commissaris

In de wet genoemde uitzonderingen

In artikel 269 Sv. zijn enkele uitzonderingen geformuleerd op grond waarvan de rechtbank vanaf het uitroepen van de zaak kan bepalen dat de zitting achter gesloten deuren dient plaats te vinden. Dit bevel kan worden gegeven

De advocaat kan namens de verdachte vragen om behandeling met gesloten deuren. De rechtbank geeft het bevel niet dan na het openbaar ministerie, de verdachte en andere procesdeelnemers, zo nodig met gesloten deuren, hieromtrent te hebben gehoord. Artikel 22, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
 
Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden