Levenslange gevangenisstraf

De wet noemt in artikel 10 lid 1 Sr. de mogelijkheid dat de rechter een levenslange gevangenisstraf oplegt.

Wanneer levenslange gevangenisstraf

Een levenslange gevangenisstraf wordt alleen opgelegd voor de volgende feiten:

  • Moord (art. 289 Sr.), al dan niet met terroristisch oogmerk
  • Gekwalificeerde doodslag
  • Misdrijven tegen de veiligheid van de staat (art. 92 Sr e.v. Sr.)
  • Misdrijven tegen de koninklijke waardigheid (art. 108 Sr e.v.)
  • Het doen verongelukken van een (lucht)vaartuig (art. 168 Sr.)
  • Gijzeling met terroristisch oogmerk (art. 282b Sr.)
  • Opzettelijk een ontploffing teweegbrengen indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft (art. 157 lid 3 Sr);

TBS en levenslang niet toegestaan

Het is een rechter niet toegestaan om naast een levenslange gevangenisstraf ook TBS met dwangverpleging op te leggen (HR 14 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU5496.

> Meer informatie TBS

Maximale tijdelijke gevangenisstraf

Per 1 februari 2006 is het maximum van de tijdelijke gevangenisstraf verhoogd naar 30 jaar. Doel van de wetswijziging was het ‘gat’ tussen tijdelijke en levenslange gevangenisstraf te verkleinen (Wet Herijking strafmaxima; ingevoerd bij Wet van 22 december 2005, Stb. 2006,
11 en Stb. 2006, 23, Kamerstukken 28484). Aan het begrip ‘levenslang’ werd bij de behandeling van dit wetsvoorstel door de toenmalige minister van Justitie Donner een meer letterlijke betekenis toegekend, met de woorden: ‘(…) levenslang. Dat is gewoon voor de rest van het leven.’ (Kamerstukken II 2003/04, 28484, nr. 34, p. 30-31).

> Meer informatie gevangenisstraf

Combinatie levenslange gevangenisstraf en tijdelijke gevangenisstraf

Een rechter mag niet naast de levenslange gevangenisstraf ook een andere (tijdelijke) gevangenisstraf opleggen, ook niet wanneer de verdachte voor meerdere feiten tegelijk wordt veroordeeld. Hetzelfde geldt voor het geval dat een verdachte na een veroordeling tot een levenslange gevangenisstraf nog wordt veroordeeld voor een ouder feit. Op grond van artikel 57 en 63 Sr. kan een verdachte dan geen langere gevangenisstraf opgelegd krijgen (HR 19 april 2005, NJ 2006, 10, ECLI:HR:2005:AS5556. 
Wordt u vervolgd voor een nieuw feit, dat na de veroordeling tot de levenslange gevangenisstraf is gepleegd, dan kan er nog wel een (tijdelijke) gevangenisstraf worden opgelegd (HR 8 juli 2008, ECLI:HR:2008:BC6273).

Levenslange gevangenisstarf niet toegestaan bij minderjarigen

Op grond van artikel 77b lid 2 Sr. is een levenslange gevangenisstraf niet toegestaan bij minderjarige verdachten tot 18 jaar, ook niet wanneer ten aanzien van deze verdachten op grond van de ernst van het feit, de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden van het geval wordt besloten om het volwassenenstrafrecht toe te passen (art. 77b lid 1 Sr.).

Vrijlating bij levenslange gevangenisstraf

Wanneer een levenslange gevangenisstraf is opgelegd, zijn er slechts drie mogelijkheden om vrijlating te bewerkstelligen:

  • Hoger beroep
    Voor zover de uitspraak van de rechter nog niet onherroepelijk is, kunt u nog proberen om hoger beroep in te stellen of om de beslissing van de rechter aan te vechten bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
  • Gratie
    Wanneer u onherroepelijk bent veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, is het alleen nog mogelijk om gratie te vragen aan de Koning. Alleen via gratie kunt u onder de levenslange gevangenisstraf uit komen. In Nederland is het slechts twee maal gelukt dat om via gratie vrij te komen: in 1975 kwam huisarts John O. na 21 jaar vrij en in 1986 werd Hans van Z. werd na 17 jaar vrijgelaten.
  • Civielrechtelijk procedure (kort geding of bodemprocedure)
    U kunt overwegen om een civielrechtelijke procedure tegen de Staat der Nederlanden te starten om vrijlating te bewerkstelligen. De grondslag voor deze vrijlating is dan dat de voortzetting van de detentie een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) zou opleveren van de Staat. Hierbij kan worden aangevoerd dat het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de
    mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is geschonden en dat daarmee de Staat in strijd heeft gehandeld met een wettelijke plicht, of een inbreuk op een subjectief recht of strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid (schendig van ongeschreven beginselen).
    Voormalig Minister Donner zei hierover in Aanhangsel Handelingen II 2003/04, nr.1972, p.41: “Toewijzing van een dergelijke vordering is pas aan de orde indien de rechter vaststelt dat bij de veroordeling tot levenslange gevangenisstraf dan wel bij de tenuitvoerlegging daarvan dermate fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging niet langer als rechtmatig kan worden beschouwd. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan een ernstige schending van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)”
    Dit is tot op heden echter nog nooit gelukt (zie o.a. HR 11 februari 1977, AB 1977,282 en HR 9 maart 1999, NJ 1999,435)

 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden