Uitstel of achterwege laten voorwaardelijke invrijheidstelling

Voorwaardelijke invrijheidstelling wordt van rechtswege verleend aan veroordeelden die voor v.i. in aanmerking komen, maar kan in bepaalde gevallen uitgesteld of achterwege gelaten worden. Het achterwege laten van de v.i. is definitief: de aan de veroordeelde opgelegde straf zal volledig ten uitvoer worden gelegd.

Een vordering tot uitstel of achterwege laten kan worden ingediend indien één van de hieronder genoemde gronden zich tijdens de tenuitvoerlegging van de straf voordoet.

Plaatsing in TBS-kliniek

Een tot gevangenisstraf veroordeelde persoon kan op grond van de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, met toepassing van artikel 13 Sr worden geplaatst in een justitiële inrichting voor verpleging van terbeschikkinggestelden (artikel 90quinquies Sr). Het gaat hierbij dus niet om veroordeelden die in het kader van een opgelegde tbs-maatregel in een dergelijke inrichting verblijven.

Om een in het kader van artikel 13 Sr plaatsvindende behandeling niet te doorkruisen, kan een vordering uitstel of achterwege laten van de v.i. worden ingediend. In die gevallen moet sprake zijn van een situatie waarin behandeling van de veroordeelde noodzakelijk is gelet op het recidiverisico en de risico’s voor de maatschappelijke veiligheid.

De directeur van de TBS-inrichting waar de betrokkene verblijft, kan in samenspraak met DJI en de reclassering een schriftelijk verzoek doen tot het indienen van deze vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i.. Het verzoek moet dan drie en een halve maand voor de v.i.-datum worden ingediend bij de CVvi. Het verzoek dient afzonderlijk of gezamenlijk te zijn opgesteld door twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, waarvan tenminste één psychiater, en vergezeld te gaan van één of meer rapporten inzake de noodzakelijkheid van voortzetting van de behandeling met het oog op recidivegevaar en het belang van de veiligheid van de maatschappij.

Misdrijf tijdens tenuitvoerlegging gevangenisstraf

Als een veroordeelde tijdens de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf(fen) een misdrijf heeft begaan, of als dit vermoeden bestaat, kan uitstel of achterwege laten van de v.i. worden gevorderd. De vordering kan worden ingediend zodra er een veroordeling is uitgesproken terzake van een misdrijf. Niet vereist is dat de veroordeelde onherroepelijk is veroordeeld voor dit nieuwe feit.

Ook een veroordeling is niet vereist, mits sprake is van ernstige bezwaren ter zake van een misdrijf. Blijkens de wetsgeschiedenis wordt in artikel 15d lid 1 sub b 1° Sr gedoeld op misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, in die gevallen waarin de voorlopige hechtenis ook daadwerkelijk is bevolen. In de jurisprudentie is aanvaard dat de voorlopige hechtenis niet daadwerkelijk hoeft te zijn bevolen en dat het volstaat dat uit het dossier voldoende duidelijk blijkt dat sprake is van ernstige bezwaren. In zo’n geval moet de vordering zo snel mogelijk na het constateren van het feit worden ingediend.

Bij een meer gecompliceerde verdenking, zoals die ten aanzien van deelname door de veroordeelde aan een criminele organisatie, zal het indienen van de vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i. beter kunnen worden uitgesteld tot een veroordeling ter zake van die deelname is gevolgd. Indien de veroordeelde nog een flink strafrestant heeft kan er ook voor gekozen worden de vordering pas in te dienen als die veroordeling onherroepelijk is geworden.

Misdragingen tijdens tenuitvoerlegging gevangenisstraf

Misdragingen tijdens de detentie worden primair via disciplinaire bestraffing op grond van het penitentiaire recht afgedaan. Bij herhaaldelijke ernstige misdragingen kan de wens ontstaan om het daar niet bij te laten maar uitstel of achterwege laten van de v.i. te vorderen. Dat is bijvoorbeeld aan de orde als een gedetineerde meermalen disciplinair bestraft is voor het vertonen van agressief gedrag jegens medewerkers van de inrichting of medegedetineerden, of voor het aanrichten van vernielingen in de inrichting.

Uitbraak of onttrekking aan begeleid verlof

Een (poging tot) onttrekking aan de tenuitvoerlegging van de straf doet zich voor wanneer de veroordeelde feitelijk in het gebouw van de inrichting of het op het tot de inrichting behorende terrein verbleef en (al dan niet met geweld) is ontvlucht of heeft geprobeerd te ontvluchten. Daarnaast spreken we ook van een onttrekking aan de tenuitvoerlegging van de straf als de veroordeelde zich met toestemming tijdelijk buiten (het terrein van) de inrichting bevindt, en niet (tijdig) terugkeert in de inrichting. Dit kan het geval zijn tijdens verlof of een strafonderbreking.

Geweld
Er wordt altijd een vordering strekkende tot uitstel of achterwege laten van de v.i. ingediend in geval van onttrekking met (dreiging met) geweld, ongeacht het beveiligingsniveau van de penitentiaire inrichting (PI) en de vraag of de onttrekking al dan niet voltooid is.
Dit geldt ook wanneer een veroordeelde zich onttrekt uit een situatie waarin er met toestemming buiten de inrichting wordt verbleven en de veroordeelde wordt daarbij begeleid/bewaakt/staat onder direct toezicht. Een onttrekking aan incidenteel verlof onder bewaking is een voorbeeld van een dergelijke situatie

Niet vrijwillig teruggekeerd binnen 24 uur
In geval dat de (poging tot) onttrekking niet gepaard gaat met (dreiging met) geweld of dat de veroordeelde zich met toestemming buiten de inrichting bevindt en niet (tijdig) terugkeert, wordt er een vordering ingediend als:

– betrokkene niet binnen 24 uur is teruggekeerd in de betreffende inrichting en de te late terugkeer aan betrokkene te verwijten valt of
– betrokkene wel binnen 24 uur maar niet vrijwillig is teruggekeerd in de betreffende inrichting (bijvoorbeeld na aanhouding) en/of
– betrokkene wel binnen 24 uur is teruggekeerd in de betreffende inrichting, maar er is sprake van omstandigheden die uitstel of achterwege laten van de v.i. te vorderen rechtvaardigen. Te denken valt bijvoorbeeld aan een nieuw strafbaar feit en/of het benaderen van een slachtoffer tijdens de onttrekking .
Het beveiligingsniveau van de PI waaruit de onttrekking plaatsvindt kan een rol spelen in de afweging of gevorderd wordt dat de v.i. ofwel gedeeltelijk (namelijk: uitstel) ofwel geheel achterwege blijft. Naarmate een inrichting strenger beveiligd is, ligt een vordering tot het achterwege laten van de v.i. meer voor de hand.

Recidiverisico kan onvoldoende worden ingeperkt

Als tijdens de tenuitvoerlegging van de straf blijkt dat het stellen van bijzondere voorwaarden het recidiverisico onvoldoende kan inperken, zal geen voorwaardelijke invrijheidstelling worden toegepast. In dat geval wordt gezegd dat de maatschappij beter beschermd is wanneer de straf voor langere duur of geheel ten uitvoer wordt gelegd.

Niet meewerken aan bijzondere voorwaarden

Als de veroordeelde aangeeft de voorgestelde bijzondere voorwaarden niet te zullen naleven, kan het in bepaalde gevallen zinvol zijn bijzondere voorwaarden te stellen bijvoorbeeld als uit de adviezen blijkt dat het aannemelijk is dat de veroordeelde alsnog gemotiveerd kan worden tot naleving van de voorwaarden. Als uit de adviezen blijkt dat de veroordeelde naar verwachting in geen geval te bewegen zal zijn tot naleving van de voorwaarden, is dat grond voor het indienen van een vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i..

Dat geldt ook indien de veroordeelde niet meewerkt aan een diagnose of het opmaken van rapportage, en het recidiverisico ook anderszins niet kan worden vastgesteld.

Tenuitvoerlegging van in het buitenland opgelegde straffen (WOTS)

Indien een in het buitenland opgelegde vrijheidsstraf in Nederland ten uitvoer wordt gelegd (op basis van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen), komt het voor dat de veroordeelde als gevolg van de toepassing van de Nederlandse v.i.-regeling in Nederland geen of nog maar een zeer klein strafrestant heeft uit te zitten. Om de instemming van buitenlandse autoriteiten met overbrenging van een gedetineerde naar Nederland te bevorderen, biedt de wet de mogelijkheid om uitstel of achterwege laten van de v.i. te vorderen.

Nieuwe feiten/ tijdens voorlopige hechtenis

Wanneer de veroordeelde een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd in de periode dat hij in voorlopige hechtenis zat of dat hij in de periode van de voorlopige hechtenis heeft proberen uit te breken.

> Procedure uitstel of achterwege laten voorwaardelijke invrijheidstelling

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden