Overtreding voorwaarden voorwaardelijke invrijheidstelling

Bij overtreding van de algemene of bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke invrijheidstelling zal de officier van justitie besluiten om

  1. de veroordeelde aan te houden, en/of
  2. een vordering tot schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling in te dienen bij de rechter-commissaris
  3. een vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in te dienen bij de rechtbank

Aanhouding

Het OM kan aanhouding van de v.i.-gestelde bevelen als er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat de v.i.-gestelde zich zodanig heeft gedragen dat de v.i. zal worden herroepen (artikel 15h lid 1 Sr). Als dit bevel tot aanhouding ex artikel 15h Sr niet kan worden afgewacht, is de hulpofficier van justitie hiertoe bevoegd. De hulpofficier geeft dan van de aanhouding onverwijld schriftelijk of mondeling kennis aan het OM.

In het geval van overtreding van de algemene voorwaarde is het mogelijk dat de v.i.-gestelde reeds is aangehouden op verdenking van het nieuw gepleegde strafbare feit (zie ook III.2.2).

Ook in geval van overtreding van (een) bijzondere voorwaarde(n) is aanhouding ex artikel 15h Sr mogelijk. Als de CVvi oordeelt dat aan het in dit artikel genoemde criterium is voldaan en van mening is dat de aanhouding zou moeten worden bevolen, neemt de CVvi contact op met de officier van justitie in het arrondissement waarvan de rechtbank tot kennisneming van de herroepingsvordering bevoegd is. De CVvi verstrekt de benodigde stukken ten spoedigste aan de officier van justitie. Zo nodig wordt de piketofficier van justitie telefonisch ingelicht. De officier van justitie kan vervolgens een aanhoudingsbevel uitvaardigen.

Schorsing voorwaardelijke invrijheidstelling

Als het de officier van justitie meent dat aanhouding noodzakelijk blijft, wordt onverwijld een vordering tot schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling ingediend bij de rechter-commissaris (artikel 15h lid 2 Sr). Een vordering tot schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling kan niet zelfstandig worden ingediend, maar kan alleen worden ingediend als ook een vordering tot herroeping van de v.i. wordt ingediend en de v.i.-gestelde is aangehouden.
De rechter-commissaris beslist binnen 3x 24 uur op dit verzoek. De rechter-commissaris bepaalt of de voorwaardelijke invrijheidstelling moet worden geschorst of worden hervat.

> Meer informatie schorsing voorwaardelijke invrijheidstelling

Herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

Indien de algemene voorwaarde of één of meer bijzondere voorwaarden niet is/zijn nageleefd en herroeping van de v.i. geboden is, kan de officier van justitie besluiten een vordering tot herroeping in te dienen. De officier van justitie zal altijd een dergelijk verzoek doen tenzij de officier van oordeel is dat met het wijzigen van de voorwaarden of met een waarschuwing kan worden volstaan (artikel 15i lid 2 Sr).

Indien wordt overgegaan tot indiening van de vordering tot herroeping, zal dit onverwijld moeten gebeuren na het bekend worden van de overtreding (artikel 15i lid 2 Sr). Niet noodzakelijk is dat een vordering herroeping gepaard gaat met aanhouding van de v.i.-gestelde en indiening van een vordering schorsing. Maar als aanhouding bevolen wordt en een vordering schorsing wordt ingediend, moet steeds ook een vordering herroeping worden ingediend.

> Meer informatie herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden